ECLI:NL:GHARL:2025:6593

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
23 oktober 2025
Publicatiedatum
23 oktober 2025
Zaaknummer
Wahv 200.352.086/01
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Wijma
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 11 WahvArt. 20d, tweede lid, WahvArt. 21, tweede lid, WahvArt. 25, vierde lid, WahvArt. 7:28, tweede lid, Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep tegen niet-ontvankelijkverklaring in bestuursstrafzaak wegens overlijden betrokkene

De betrokkene stelde hoger beroep in tegen de beslissing van de kantonrechter die het beroep niet-ontvankelijk verklaarde omdat niet aan de verplichting tot zekerheidstelling was voldaan. Volgens artikel 11 Wahv Pro moet zekerheid gesteld worden voor betaling van sanctie en administratiekosten.

De gemachtigde voerde aan dat zekerheid niet vereist is indien de boete is vernietigd. Uit het dossier bleek dat de betrokkene was overleden voordat de officier van justitie op het administratief beroep besliste, waardoor het recht op verhaal verviel volgens artikel 25, vierde lid, Wahv. Dit betekent dat betaling van sanctie en administratiekosten niet meer vereist is.

Het hof oordeelde dat de kantonrechter ten onrechte het beroep niet-ontvankelijk verklaarde. Het hof vernietigde deze beslissing en besloot de zaak zelf af te doen conform artikel 20d, tweede lid, Wahv. Het beroep tegen de afwijzing van proceskostenvergoeding werd ongegrond verklaard omdat geen onrechtmatigheid van het bestuursorgaan was vastgesteld.

De kosten gemaakt voor het administratief beroep kwamen niet voor vergoeding in aanmerking. Het hof wees het verzoek om proceskostenvergoeding af en verklaarde het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond.

Uitkomst: Het hof vernietigt de niet-ontvankelijkverklaring en wijst het verzoek om proceskostenvergoeding af.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.352.086/01
CJIB-nummer
: 259988530
Uitspraak d.d.
: 23 oktober 2025
Arrestop het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Rotterdam van 6 maart 2025, betreffende

[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),

voorheen wonende te [woonplaats] .
De gemachtigde van de betrokkene is mr. C.M.J.E.P. Meerts, kantoorhoudende te Beegden.

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie niet-ontvankelijk verklaard.

Het verloop van de procedure

De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.
De advocaat-generaal is in de gelegenheid gesteld een verweerschrift in te dienen, maar heeft hiervan geen gebruik gemaakt.

De beoordeling

1. Artikel 11 van Pro de Wahv verplicht de betrokkene om in de procedure bij de kantonrechter zekerheid te stellen voor de betaling van de sanctie en de administratiekosten. Indien de sanctie ten minste € 225,- bedraagt, dient zekerheid te worden gesteld voor de betaling van € 225,- en de administratiekosten. De kantonrechter heeft het beroep niet-ontvankelijk verklaard, omdat niet aan deze verplichting is voldaan.
2. De gemachtigde van de betrokkene voert aan dat de kantonrechter de niet-ontvankelijkheid heeft gebaseerd op het feit dat er geen zekerheid is gesteld, maar dat dit niet hoeft als de boete is vernietigd, zoals in dit geval.
3. Uit het dossier blijkt dat de betrokkene is overleden voordat de officier van justitie op het administratief beroep heeft beslist, maar er al wel administratief beroep was ingesteld. Het overlijden van de betrokkene brengt, gelet op artikel 25, vierde lid, van de Wahv, mee dat het recht om verhaal te nemen door de officier van justitie is vervallen. Dit betekent dat het bedrag van de sanctie en de administratiekosten niet meer betaald hoeven te worden. In de beslissing op het administratief beroep is dit ook aan de gemachtigde van de betrokkene medegedeeld. De officier van justitie heeft het beroep niet-ontvankelijk verklaard, omdat er geen procesbelang meer is.
4. Het bedrag van de sanctie en de administratiekosten kan in een geval als het onderhavige niet conform artikel 21, tweede lid, van de Wahv, op de gestelde zekerheid worden verhaald. Een redelijke wetsuitleg brengt mee dat de verplichting om zekerheid te stellen in een dergelijk geval niet geldt. De kantonrechter heeft het beroep daarom ten onrechte niet-ontvankelijk verklaard. Het hof zal de beslissing van de kantonrechter dan ook vernietigen.
5. Aangezien de gemachtigde heeft aangegeven dat het hof de zaak kan behandelen, zal het hof de zaak overeenkomstig artikel 20d, tweede lid, Wahv niet terugwijzen, maar zelf afdoen.
6. Het beroep richt zich tegen de beslissing van de officier van justitie, voor zover het verzoek om een proceskostenvergoeding is afgewezen.
7. De gemachtigde voert aan dat de officier van justitie ten onrechte geen vergoeding voor de proceskosten heeft toegewezen, omdat de boete is vernietigd.
8. De betrokkene wordt niet in het gelijk gesteld als bedoeld in het arrest van het hof van
28 april 2020 (ECLI:NL:GHARL:2020:3336). De officier van justitie doelt in zijn beslissing op artikel 25, vierde lid, van de Wahv. Van het vernietigen of wijzigen van de inleidende beschikking is geen sprake. Nu de betrokkene ná het instellen van administratief beroep is overleden, is naar het oordeel van het hof voor wat betreft het opstellen van het administratief beroepschrift en het horen van de gemachtigde van de betrokkene door de officier van justitie op 5 februari 2024 sprake van kosten die de betrokkene in verband met de behandeling van het beroep redelijkerwijs heeft moeten maken in de zin van artikel 7:28, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht. Niettemin komen deze kosten niet voor vergoeding in aanmerking, nu de inleidende beschikking niet wordt herroepen wegens aan het bestuursorgaan te wijten onrechtmatigheid. De officier van justitie heeft het verzoek om een proceskostenvergoeding daarom terecht afgewezen.
9. Het voorgaande brengt mee dat als volgt wordt beslist.

De beslissing

Het gerechtshof:
vernietigt de beslissing van de kantonrechter;
verklaart het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond;
wijst het verzoek om vergoeding van proceskosten af.
Dit arrest is gewezen door mr. Wijma, in tegenwoordigheid van mr. Van der Zee-Venema als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.