De moeder verzocht om een uitbreiding van de omgangsregeling met haar dochter, die sinds 2016 onder toezicht staat en onder voogdij van een gecertificeerde instelling valt. De rechtbank wees dit verzoek af en het hof bevestigt deze beslissing.
Het kind, geboren in 2011, heeft een complexe zorgvraag met diagnoses van hechtingsstoornis en posttraumatische stressstoornis. Zij woont sinds 2024 in een zorginstelling die intensieve begeleiding biedt. De omgang met de moeder is beperkt tot één uur per zes weken onder begeleiding vanwege de ernstige problematiek van het kind en de onvoorspelbaarheid van de moeder.
Het hof heeft het kind gehoord en concludeert dat uitbreiding van de omgang niet in het belang van het kind is. De moeder en het kind reageren heftig op elkaar, wat leidt tot ontregeling bij het kind. De huidige omgangsregeling wordt als passend ervaren door het kind. Het hof bekrachtigt daarom het vonnis van de rechtbank en wijst het verzoek van de moeder af.