Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoekster,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Partijen zijn gescheiden sinds 2023 zonder partneralimentatie in de echtscheidingsbeschikking. De vrouw verzocht in april 2025 voorlopige partneralimentatie, maar de rechtbank wees dit af wegens niet-ontvankelijkheid. In hoger beroep vernietigt het hof deze beschikking en stelt het een voorlopige bijdrage van €1.078 bruto per maand vast, ingaande 24 september 2025, de datum waarop de vrouw een eigen huurwoning betrekt.
Het hof oordeelt dat aan de wettelijke vereisten voor een voorlopige voorziening is voldaan, met name dat de vrouw niet kan worden gevergd de uitkomst van de bodemprocedure af te wachten vanwege haar slechte gezondheid en woonomstandigheden. De behoefte van de vrouw wordt geschat tussen €3.000 en €5.661 netto per maand, terwijl de draagkracht van de man wordt vastgesteld op basis van een netto inkomen van €3.500 per maand.
De berekening van de draagkracht leidt tot een netto bijdrage van €684, wat het hof omzet naar een bruto bedrag van €1.078 per maand. De voorlopige voorziening geldt vanaf de datum waarop de vrouw daadwerkelijk huur betaalt, 24 september 2025. Proceskosten worden gecompenseerd, waarbij elke partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: Het hof bepaalt dat de man vanaf 24 september 2025 een voorlopige partneralimentatie van €1.078 bruto per maand aan de vrouw betaalt.