ECLI:NL:GHARL:2025:6092

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
6 oktober 2025
Publicatiedatum
6 oktober 2025
Zaaknummer
Wahv 200.353.512/01
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Wijma
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep tegen sanctie voor vasthouden mobiel apparaat tijdens rijden

De betrokkene stelde hoger beroep in tegen een beslissing van de kantonrechter die het beroep tegen een sanctie van de officier van justitie niet-ontvankelijk verklaarde. De sanctie betrof het vasthouden van een mobiel elektronisch apparaat tijdens het rijden op 13 april 2023 op de Rijksweg A15.

Het hof constateerde dat de kantonrechter ten onrechte het beroep niet-ontvankelijk had verklaard, omdat er wel degelijk beroepsgronden waren ingediend. De betrokkene ontkende de gedraging en de bevoegdheid van de ambtenaar, maar voerde in hoger beroep geen nieuwe gronden aan.

Hoewel in de beslissing van de kantonrechter een onjuiste inleidende beschikking werd vermeld, zag het hof dit als een kennelijke verschrijving zonder aanleiding om de sanctie te matigen. De betrokkene was immers op de hoogte van de juiste gedraging waarvoor de sanctie was opgelegd.

Het hof vernietigde daarom de beslissing van de kantonrechter en verklaarde het beroep tegen de officier van justitie ongegrond. De sanctie van € 380,- bleef van kracht.

Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de sanctie van € 380,- blijft gehandhaafd.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.353.512/01
CJIB-nummer
: 257145418
Uitspraak d.d.
: 6 oktober 2025
Arrestop het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Rotterdam van 26 maart 2025, betreffende

[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [woonplaats]

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie niet-ontvankelijk verklaard.

Het verloop van de procedure

De betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De betrokkene heeft de gelegenheid gekregen het beroep schriftelijk nader toe te lichten. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

De beoordeling

1. De kantonrechter heeft het beroep niet-ontvankelijk verklaard, omdat het beroepschrift geen beroepsgronden bevat en geen gebruik is gemaakt van de gelegenheid om dit verzuim te herstellen.
2. De toenmalige gemachtigde van de betrokkene heeft in het beroepschrift aan de kantonrechter aangevoerd dat de betrokkene de gedraging, de bevoegdheid van de ambtenaar en de wettigheid van de gebruikte bewijsmiddelen ontkent. Het hof is van oordeel dat er wel beroepsgronden zijn ingediend. De kantonrechter heeft het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie daarom ten onrechte niet-ontvankelijk verklaard. Het hof zal de beslissing van de kantonrechter dan ook vernietigen en doen wat de kantonrechter had behoren te doen, te weten het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie te beoordelen.
3. De officier van justitie heeft het beroep tegen de inleidende beschikking ongegrond verklaard. Bij inleidende beschikking is aan de betrokkene als kentekenhouder een sanctie opgelegd van € 380,- voor: “als bestuurder tijdens het rijden een mobiel elektronisch apparaat vasthouden”. Deze gedraging zou zijn verricht op 13 april 2023 om 20:17 uur op de Rijksweg A15 met het voertuig met het kenteken [kenteken]
4. De betrokkene voert aan dat hij een brief met een boete van € 160,- thuis heeft gekregen. De betrokkene geeft aan dat hij de overtreding niet kan hebben begaan, omdat hij op dat moment in Frankrijk met de vrachtwagen reed en toont dit aan met foto’s.
5. Het hof leest dat de betrokkene verwijst naar de beslissing van de kantonrechter, waarin is vermeld dat bij inleidende beschikking van 20 juni 2023 aan de betrokkene een sanctie is opgelegd van € 160,- voor de gedraging “met een motorvoertuig niet de rijbaan gebruiken - rijdend”, begaan op donderdag 20 april 2023 om 10:07 uur te Rotterdam op de Oude Watering (feitcode R315A). Het hof constateert dat dit niet de sanctie betreft die aan de betrokkene bij inleidende beschikking is opgelegd. Het hof beschouwt de vermelding van de onjuiste inleidende beschikking in de beslissing van de kantonrechter als een kennelijke verschrijving.
6. Zoals hiervoor vermeld heeft de toenmalige gemachtigde in het beroepschrift aan de kantonrechter namens de betrokkene de gedraging, de bevoegdheid van de ambtenaar en de wettigheid van de gebruikte bewijsmiddelen in zijn algemeenheid ontkend. Daarnaast voert de betrokkene in het hoger beroepschrift geen gronden aan tegen de beslissing van de officier van justitie. Naar het oordeel van het hof leidt voorgaande niet tot twijfel aan de gegevens in het dossier op basis waarvan de gedraging, vermeld in overweging 3, kan worden vastgesteld.
7. De advocaat-generaal heeft in het verweerschrift voorgesteld de sanctie te matigen tot een bedrag van € 160,-, omdat de advocaat-generaal van mening is dat gelet op de verschrijving in de beslissing van de kantonrechter, de overige communicatie en de duur van de procedure de betrokkene na de beslissing van de kantonrechter er redelijkerwijs op kon vertrouwen dat aan hem een sanctie van € 160,- was opgelegd.
8. Het hof ziet geen aanleiding om de sanctie te matigen. De betrokkene is op 13 april 2023 staande gehouden voor de gedraging “als bestuurder tijdens het rijden een mobiel elektronisch apparaat vasthouden”, waardoor de betrokkene op de hoogte was voor welke gedraging hij een sanctie opgelegd heeft gekregen. Daarnaast heeft een gemachtigde namens de betrokkene administratief beroep en beroep bij de kantonrechter ingesteld ten aanzien van deze gedraging.
9. Het hof beslist als volgt.

De beslissing

Het gerechtshof:
vernietigt de beslissing van de kantonrechter;
verklaart het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond.
Dit arrest is gewezen door mr. Wijma, in tegenwoordigheid van mr. Postma als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.