ECLI:NL:GHARL:2025:6039
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak in hoger beroep voor diefstal met braak na DNA-onderzoek
In deze zaak heeft het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden op 2 oktober 2025 uitspraak gedaan in hoger beroep tegen een vonnis van de politierechter in de rechtbank Midden-Nederland. De verdachte, geboren in 1992 en thans gedetineerd, was eerder veroordeeld tot een gevangenisstraf van vier maanden voor diefstal met braak. Het hof heeft het hoger beroep behandeld na een zitting op 18 september 2025, waarbij het hof kennisnam van de vordering van de advocaat-generaal en de verdediging van de verdachte, vertegenwoordigd door mr. B.J. de Pree.
De tenlastelegging betrof een inbraak op 19 november 2023 in een woning te [plaats], waarbij goederen van [slachtoffer] zouden zijn weggenomen. De advocaat-generaal vorderde een gevangenisstraf van vier maanden, verwijzend naar de bewijsmiddelen uit het eerdere vonnis. De verdediging pleitte echter voor vrijspraak, stellende dat het bewijs onvoldoende was.
Het hof heeft de zaak beoordeeld en geconcludeerd dat het bewijs, met name het DNA-mengprofiel dat op de plaats delict was aangetroffen, niet voldoende was om de verdachte te veroordelen. Het hof oordeelde dat er geen wettig bewijs was dat de verdachte de inbraak had gepleegd, en sprak hem vrij van de tenlastegelegde feiten. Het vonnis van de politierechter werd vernietigd en het hof deed opnieuw recht.