In deze civiele zaak staat de bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van twee minderjarige kinderen centraal. De man en vrouw, ouders van kinderen geboren in 2020 en 2023, zijn in hoger beroep gekomen tegen de beschikking van de rechtbank Midden-Nederland van 23 augustus 2024.
Tijdens de procedure in hoger beroep hebben partijen overeenstemming bereikt over de hoogte van de bijdrage die de man aan de vrouw dient te betalen. Het hof heeft deze afspraken beoordeeld en acht deze in overeenstemming met de behoeften van de kinderen en de draagkracht van de partijen.
Het hof vernietigt daarom het bestreden vonnis voor zover het de hoogte van de bijdrage betreft en bepaalt dat de man vanaf 27 mei 2024 een bedrag van €375 per kind per maand aan de vrouw moet betalen. De betaling dient telkens voor de eerste van de maand te geschieden. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard en is in het openbaar uitgesproken.