De kinderrechter in de rechtbank Midden-Nederland heeft de ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing van twee minderjarige kinderen, geboren in 2018 en 2020, verlengd tot 25 april 2026. De kinderen staan onder toezicht van een gecertificeerde instelling en wonen sinds februari 2023 in een pleeggezin, waarbij de oudste recentelijk is overgeplaatst naar een gespecialiseerd gezinshuis.
De ouders zijn het niet eens met deze beslissing en zijn in hoger beroep gegaan. Zij verzoeken het hof om de beslissing te herzien en eventueel een deskundige te benoemen voor onderzoek naar hun opvoedvaardigheden en thuissituatie. Het hof heeft echter geoordeeld dat de machtiging terecht is verlengd omdat de kinderen nog niet thuis kunnen wonen gezien de ernstige zorgen over hun verzorging, stabiliteit en ontwikkeling.
Er zijn grote zorgen over hechting, trauma, spraak- en taalontwikkeling, en vermoedens van seksueel misbruik bij de oudste. De ouders hebben geen vaste woon- of verblijfplaats in Nederland en bagatelliseren de problemen. De omgang met de vader is problematisch, terwijl de moeder wel betrokken is. Het hof wijst het verzoek tot benoeming van een deskundige af vanwege recent onderzoek en het belang van de kinderen om verdere belasting te voorkomen.
De beschikking van de kinderrechter wordt bekrachtigd en is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.