Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoeker,
1.De procedure
2.De feiten
3.De omvang van het geschil
de hoofdzaak).
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze zaak heeft het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden op 23 september 2025 een beschikking gegeven in hoger beroep met betrekking tot een voorlopige voorziening voor partneralimentatie. De man, die in hoger beroep is gekomen, verzoekt om opschorting van zijn alimentatieverplichting aan de vrouw met ingang van 1 januari 2025. De man heeft sinds 1 januari 2025 geen alimentatie meer betaald en zijn onderneming verkeert in zwaar weer. De rechtbank had eerder bepaald dat de man € 980,- per maand aan de vrouw moest betalen, maar de man stelt dat hij momenteel niet in staat is om aan deze verplichting te voldoen. Tijdens de mondelinge behandeling op 1 september 2025 is de situatie van de man besproken, waarbij hij aangaf dat hij zijn onderneming aan het beëindigen is en dat hij moeite heeft om ander werk te vinden. Het hof oordeelt dat de man een voldoende dringend belang heeft bij zijn verzoek en dat het niet van hem kan worden gevergd om de afloop van de bodemzaak af te wachten. Het hof schorst daarom de alimentatieverplichting van de man jegens de vrouw met ingang van 1 januari 2025 voor de duur van de procedure in hoger beroep. Het verzoek om ook de incassomaatregelen op te schorten wordt afgewezen.