Uitspraak
[verzoekster],
1.Het verloop van de procedure
2.De beoordeling van het verzoekDe ontvankelijkheid van het verzoek
De gronden van het wrakingsverzoek
Het standpunt van verweerders
De inhoudelijke beoordeling van het verzoek
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Verzoekster heeft een wrakingsverzoek ingediend tegen de raadsheren Van der Maden, Rietveld en Meester die zitting hadden in haar strafzaak. Zij stelde dat de raadsheren zich onvoldoende bewust waren van hun eigen vooroordelen, waardoor sprake zou zijn van vooringenomenheid die haar recht op een onpartijdige rechter zou schenden.
De wrakingskamer heeft het verzoek inhoudelijk beoordeeld en vastgesteld dat er geen uitzonderlijke omstandigheden zijn die een zwaarwegende aanwijzing opleveren voor vooringenomenheid van de raadsheren. Hoewel verzoekster subjectief vreesde voor partijdigheid, ontbraken objectieve feiten of gedragingen die deze vrees rechtvaardigen.
De wijze waarop de raadsheren vragen stelden tijdens de zitting was passend binnen hun rol als strafrechters. Ook de door verzoekster aangevoerde professionele en emotionele onvolwassenheid van een van de raadsheren bood geen grond voor wraking.
De wrakingskamer concludeert dat het wrakingsverzoek ongegrond is en wijst het af. De beslissing is op 22 september 2025 in het openbaar uitgesproken door de wrakingskamer van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de drie raadsheren is afgewezen wegens het ontbreken van objectieve aanwijzingen voor vooringenomenheid.