In deze civiele zaak gaat het om het gezag, de hoofdverblijfplaats, de zorgregeling en kinderalimentatie voor twee minderjarige kinderen. Het hof baseert zich op rapportages van de raad voor de kinderbescherming en de gecertificeerde instelling, die zorgen uiten over de veiligheid en het welzijn van de kinderen bij beide ouders. De kinderen vertonen gedragsproblemen en zijn emotioneel belast door de gespannen situatie tussen de ouders.
De moeder vordert het alleengezag en omgang onder begeleiding vanwege vermeende mishandeling door de vader, terwijl de vader dit ontkent en pleit voor handhaving van de huidige regeling. De gecertificeerde instelling benadrukt de complexiteit van de situatie en de noodzaak van intensieve hulpverleningstrajecten. Het hof acht zich onvoldoende voorgelicht om een eindbeslissing te nemen en houdt daarom de beslissing over gezag, hoofdverblijfplaats en zorgregeling aan voor de duur van een jaar, waarbij de huidige zorgregeling gehandhaafd blijft.
Ten aanzien van de kinderalimentatie stelt het hof een nieuwe bijdrage vast per 24 juli 2025, waarbij de draagkracht van beide ouders wordt berekend. De vader ontvangt een bijstandsuitkering en heeft een minimale draagkracht, terwijl de moeder een substantieel inkomen heeft en een hogere draagkracht. De moeder wordt verplicht een bijdrage van €50 per kind per maand te betalen aan de vader. Het hof benoemt een raadsheer-commissaris die de voortgang van de procedure bewaakt en verzoekt partijen uiterlijk 11 september 2026 te rapporteren over de hulpverleningstrajecten en standpunten.