De moeder en vader zijn ouders van drie minderjarige kinderen die sinds december 2022 onder toezicht staan van een gecertificeerde instelling (GI). De kinderen zijn op 6 maart 2025 uit huis geplaatst door de kinderrechter vanwege zorgen over hun opvoeding en veiligheid.
De moeder ging in hoger beroep tegen deze beslissing, terwijl de GI en vader de uithuisplaatsing steunden. Het hof heeft op 24 juli 2025 de zaak behandeld en concludeert dat de uithuisplaatsing noodzakelijk blijft.
Er zijn ernstige zorgen over de ontwikkeling van de kinderen, die zijn blootgesteld aan geweld en spanningen binnen het gezin. De moeder toont onvoldoende draagkracht en erkent de ontwikkelingsachterstanden niet. Ook is er sprake van veiligheidsrisico’s, zoals bijtincidenten met honden en een ernstig geweldsincident waarbij de huidige partner van de moeder de vader heeft verwond.
De moeder werkt onvoldoende mee aan contactherstel en hulpverleningstrajecten. Het hof vindt dat de belangen van de kinderen voorop moeten staan en bekrachtigt daarom de beschikking van de kinderrechter tot uithuisplaatsing tot 27 december 2025.