ECLI:NL:GHARL:2025:540

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
4 februari 2025
Publicatiedatum
4 februari 2025
Zaaknummer
Wahv 200.340.464
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • De Witt
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2 WahvArt. 11 WahvArt. 13a Wahv
Verwijzingen
6 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Wijziging sanctiebedrag bromfiets bij verkeersovertreding wegens onjuist toegepaste categorie

De betrokkene, houder van een bromfiets, kreeg een sanctie van €150 opgelegd voor het zodanig op de weg laten staan van het voertuig dat gevaar of hinder voor het verkeer kon ontstaan. Deze sanctie was gebaseerd op de categorie voor motorvoertuigen met meer dan twee wielen, wat onjuist was.

In hoger beroep stelde de gemachtigde van de betrokkene dat het verkeerde sanctiebedrag was toegepast. Het hof stelde vast dat de juiste categorie bromfietsers en snorfietsers van toepassing was, waarvoor een sanctie van €100 geldt. Het hof wijzigde daarom het sanctiebedrag naar €100.

Daarnaast oordeelde het hof dat de proceskostenvergoeding beperkt moest blijven tot het hoger beroep, omdat deze grond voor het eerst in hoger beroep werd aangevoerd zonder dat bleek dat dit eerder niet mogelijk was. De advocaat-generaal werd veroordeeld tot het vergoeden van €453,50 aan proceskosten.

Het hof vernietigde de beslissing van de kantonrechter en de beslissing van de officier van justitie, verklaarde het beroep gegrond en wijzigde de sanctie overeenkomstig. Tevens bepaalde het hof dat teveel gestelde zekerheid wordt gerestitueerd aan de betrokkene.

Uitkomst: Het gerechtshof wijzigde het sanctiebedrag van €150 naar €100 en veroordeelde de advocaat-generaal tot het betalen van €453,50 aan proceskosten.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.340.464/01
CJIB-nummer
: 254961871
Uitspraak d.d.
: 4 februari 2025
Arrestop het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Overijssel van 28 februari 2024, betreffende

[de betrokkene] B.V. (hierna: de betrokkene),

gevestigd te [vestigingsplaats] .
De gemachtigde van de betrokkene is mr. M. Lagas, kantoorhoudende te Amsterdam.

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard. Het verzoek om een proceskostenvergoeding is afgewezen.

Het verloop van de procedure

De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.
De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen een verweerschrift in te dienen. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.
Na afloop van de schriftelijke fase is nog een e-mailbericht met bijlage van de gemachtigde van de betrokkene d.d. 25 juli 2024 ontvangen. Een kopie daarvan is toegestuurd aan de advocaat-generaal.

De beoordeling

1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 150,- voor: “R395 - voertuig zodanig op de weg laten staan dat gevaar wordt/kan worden veroorzaakt of verkeer wordt/kan worden gehinderd”. Deze gedraging zou zijn verricht op
29 december 2022 om 10.34 uur op de Burgemeester Drijbersingel in Zwolle met het voertuig met het kenteken [kenteken] .
2. De gemachtigde van de betrokkene voert aan dat de ambtenaar ten aanzien van de onderhavige gedraging met feitcode R395 niet het juiste sanctiebedrag heeft toegepast. Deze grond slaagt. Uit de gegevens in het zaakoverzicht blijkt dat het betreffende voertuig een bromfiets is. Het hof stelt vast dat de ambtenaar ten onrechte het sanctiebedrag van € 150,- voor categorie 1 “Bestuurders van motorvoertuigen op meer dan twee wielen en bestuurders van brommobielen voor zover het de bepalingen van het RVV 1990 betreft” heeft toegepast. De ambtenaar had het in de bijlage als bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de Wahv genoemde sanctiebedrag dat ten tijde van de gedraging gold voor categorie 3 “Bromfietsers en snorfietsers”, te weten € 100,-, dienen toe te passen. Het hof zal het bedrag van de sanctie derhalve wijzigen in € 100,-.
3. Het vorenstaande leidt tot de onderstaande beslissing.
4. De proceskosten komen voor vergoeding in aanmerking. Nu voor het eerst in hoger beroep is aangevoerd dat het onjuiste sanctiebedrag is toegepast, terwijl niet is gebleken dat de gemachtigde deze grond niet eerder in de procedure heeft kunnen aanvoeren, ziet het hof aanleiding om de vergoeding van proceskosten te beperken tot de procedure van het hoger beroep. Aan het indienen van het hoger beroepschrift dient één punt te worden toegekend. De waarde per punt bedraagt voor het hoger beroep € 907,-. Gelet op de aard van de zaak wordt de wegingsfactor 0,5 (gewicht van de zaak = licht) toegepast. Het hof past op de in hoger beroep verrichte proceshandeling niet de factor, genoemd in artikel 13a, tweede lid, van de Wahv (nieuw) toe, omdat het hof deze bepaling buiten toepassing laat (vgl. de arresten van het hof van 17 december 2024, ECLI:NL:GHARL:2024:7764, 7768 en 7769). Aldus zal het hof de advocaat-generaal veroordelen in de kosten tot een bedrag van
€ 453,50 (= 1 x € 907,- x 0,5).

De beslissing

Het gerechtshof:
vernietigt de beslissing van de kantonrechter;
verklaart het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond en vernietigt die beslissing;
verklaart het beroep tegen de inleidende beschikking gedeeltelijk gegrond;
wijzigt de inleidende beschikking, in zoverre dat het bedrag van de sanctie wordt gewijzigd in
€ 100,-;
bepaalt dat als de betrokkene op grond van artikel 11 van Pro de Wahv teveel zekerheid heeft gesteld, het meerdere door de advocaat-generaal wordt gerestitueerd;
veroordeelt de advocaat-generaal tot het vergoeden van de proceskosten van de betrokkene tot een bedrag van € 453,50.
Dit arrest is gewezen door mr. De Witt, in tegenwoordigheid van mr. Koldenhof-ten Kate als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.