ECLI:NL:GHARL:2025:5343
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vonnis ontnemingszaak met aanvulling op wederrechtelijk verkregen voordeel en betalingsverplichting
In deze ontnemingszaak heeft het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden het hoger beroep behandeld tegen het vonnis van de rechtbank Midden-Nederland van 26 mei 2023. De rechtbank had het wederrechtelijk verkregen voordeel vastgesteld op €77.794,86 en een betalingsverplichting opgelegd van €72.794,86 aan betrokkene.
De verdediging voerde in hoger beroep aan dat de interpretatie van de conversaties over de verdeling van het gepinde geld anders moest zijn, met name dat betrokkene slechts maximaal 10% zou hebben ontvangen in plaats van 35%. Het hof oordeelde echter dat de rechtbank terecht had geoordeeld dat betrokkene gemiddeld 35% ontving, mede op basis van audioberichten en verklaringen van een medeveroordeelde.
Ten aanzien van de betalingsverplichting heeft het hof het oordeel van de rechtbank bevestigd dat geen vermindering van het bedrag gerechtvaardigd is, omdat betrokkene geen betalingen aan de benadeelde partij heeft gedaan en er geen aanwijzingen zijn dat medeveroordeelden dit bedrag hebben voldaan.
Verder heeft het hof geoordeeld dat de langere duur van het hoger beroep (ruim twee jaar) niet onredelijk is vanwege de complexiteit van de zaak en de invloed van de verdediging op het procesverloop, waardoor geen matiging van de betalingsverplichting wordt toegepast.
Het hof heeft het vonnis van de rechtbank met deze aanvullingen bevestigd en het arrest op 2 september 2025 uitgesproken.
Uitkomst: Het hof bevestigt het vonnis van de rechtbank met betrekking tot het wederrechtelijk verkregen voordeel en de betalingsverplichting.