ECLI:NL:GHARL:2025:5308
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Van Schuijlenburg
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep inzake niet-ontvankelijkheid administratief beroep bij verkeersboete
Betrokkene stelde beroep in tegen een beslissing van de officier van justitie inzake een verkeersboete, waarbij de officier van justitie het beroep niet-ontvankelijk verklaarde wegens te late indiening. De kantonrechter verklaarde het beroep ongegrond en maakte verhogingen ongedaan.
Het hof oordeelt dat uit de communicatie van betrokkene niet blijkt dat hij administratief beroep wilde instellen, maar dat het ging om een inningskwestie. Hierdoor bestond geen hoorplicht voor de officier van justitie en was het beroep niet ontvankelijk.
Het hof vernietigt de beslissing van de kantonrechter en de officier van justitie, verklaart het beroep gegrond, en draagt op de brief van betrokkene ter verdere afhandeling aan het CJIB te geven. Een verzoek om proceskostenvergoeding wordt afgewezen.
Uitkomst: Het hof verklaart het beroep gegrond, vernietigt de beslissing van de kantonrechter en de officier van justitie, en stelt vast dat geen administratief beroep is ingesteld.