Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoeker, verder te noemen: de vader,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De ouders zijn gezamenlijk gezagdragers over hun in 2023 geboren dochter, maar na een beschikking van de rechtbank Overijssel is de moeder alleen belast met het gezag en is omgang tussen vader en dochter uitgesloten. De vader is het niet eens met deze beslissing en verzoekt in hoger beroep om een voorlopige zorgregeling waarbij geleidelijk omgang met de dochter wordt opgebouwd, inclusief aanwezigheid bij familiegelegenheden.
Het hof overweegt dat het belang van de minderjarige is dat zij haar vader leert kennen, tenzij zwaarwegende omstandigheden dit verhinderen. De situatie is echter zeer complex door langdurige conflicten, meerdere procedures en een ondertoezichtstelling die inmiddels is opgeheven. De vader heeft sinds september 2024 geen contact meer gehad met zijn dochter en werkt niet mee aan een veiligheidsonderzoek (MASIC-onderzoek), wat het contactherstel bemoeilijkt.
De omgangsbegeleiding in het verleden verliep weliswaar goed, maar de vader toont onvoldoende bereidheid tot samenwerking en onderschat de noodzaak van professionele begeleiding. De voorgestelde regeling is te ambitieus en houdt geen rekening met de behoeften van de minderjarige en de gespannen relatie tussen ouders. Het hof acht het daarom niet verantwoord om nu een voorlopige zorgregeling vast te stellen en benadrukt het belang van professionele ondersteuning en het accepteren van deskundigheid.
Het verzoek wordt afgewezen en het staat de vader vrij zelf professionele hulp in te schakelen. De moeder staat hier open voor. Het lopende MASIC-onderzoek kan handvatten bieden voor toekomstig contactherstel.
Uitkomst: Het verzoek van de vader om een voorlopige zorgregeling vast te stellen wordt afgewezen vanwege de complexe situatie en het ontbreken van voldoende waarborgen.