ECLI:NL:GHARL:2025:5105

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
19 augustus 2025
Publicatiedatum
19 augustus 2025
Zaaknummer
Wahv 200.349.036/01
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • De Witt
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 5.3.48 Regeling voertuigenArt. 7:17 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging sanctie voor rijden met voertuig dat kans op ernstig letsel bij botsing vergroot

De betrokkene is gesanctioneerd voor het rijden met een bedrijfsauto waarvan delen van de beplating aan de voorzijde zijn verwijderd, waardoor de kans op lichamelijk letsel bij een botsing aanzienlijk wordt vergroot. De kantonrechter had het beroep van de betrokkene tegen deze sanctie ongegrond verklaard. De betrokkene voerde onder meer aan dat de gedraging niet had plaatsgevonden en dat de RDW het voertuig had goedgekeurd voor de openbare weg.

Het hof oordeelt dat de verwijdering van delen van de beplating duidelijk zichtbaar is op foto’s en dat hierdoor de kans op letsel bij een aanrijding inderdaad is vergroot. De goedkeuring door de RDW na een WOK-melding sluit niet uit dat het voertuig op het moment van de overtreding niet voldeed aan de wettelijke eisen. Ook het argument dat er geen scherpe delen waren en dat de betrokkene onterecht was benadeeld, wordt door het hof verworpen.

Verder stelt het hof vast dat de betrokkene niet heeft aangegeven gehoord te willen worden, waardoor de officier van justitie terecht afzag van hoorzitting. De kantonrechter heeft de betrokkene voldoende gelegenheid gegeven het dossier te bestuderen. Het hof bevestigt daarom de beslissing van de kantonrechter en verklaart het beroep ongegrond.

Uitkomst: Het gerechtshof bevestigt de sanctie van €280,- voor het rijden met een voertuig dat de kans op ernstig letsel bij botsing aanzienlijk vergroot.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.349.036/01
CJIB-nummer
: 258076280
Uitspraak d.d.
: 19 augustus 2025
Arrestop het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Den Haag van 12 november 2024, betreffende

[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [woonplaats] .

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard.

Het verloop van de procedure

De betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De betrokkene heeft het beroep schriftelijk nader toegelicht.
De advocaat-generaal heeft daarop gereageerd.

De beoordeling

1. Aan de betrokkene is bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 280,- voor: “N480b – rijden met een bedrijfsauto met niet afgeschermde uitstekende delen”. Deze gedraging zou zijn verricht op 22 mei 2023 om 13.58 uur op het Groene Hartplein in Zoeterwoude met het voertuig met het kenteken [kenteken] .
2. De officier van justitie heeft bij beslissing op het administratief de feitcode en omschrijving van de gedraging gewijzigd naar: “N480h – voertuig voorzien van voorziening die bij botsing kans op lichamelijk letsel aan anderen aanzienlijk vergroten”. Het sanctiebedrag daarbij is ook € 280,-.
3. De betrokkene voert aan dat het CJIB-nummer onjuist en onbekend is. Daarom had hij zich bij de kantonrechter voorbereid op een andere zaak. Met betrekking tot de gedraging voert de betrokkene aan dat deze niet is verricht. Bij de staandehouding heeft de betrokkene een sanctie gekregen en is door de ambtenaar ook een WOK-melding gedaan. De betrokkene stelt dat twee agenten vijftien minuten na de staandehouding toevallig aanwezig waren en de voorbumper hebben geïnspecteerd. Zij hebben verklaard dat er geen scherpe delen waren, dat zij geen boete hadden uitgeschreven en van een WOK-melding geen sprake kon zijn. Door deze verklaring heeft de betrokkene een schadevergoeding gekregen van de politie omdat hij ten onrechte was benadeeld. De kantonrechter vond deze verklaring niet van belang. Het openbaar ministerie heeft dit bewust uit het dossier gehouden. Daarnaast klopt de bewering niet dat bij een APK niet wordt getoetst op de kans op letsel. De betrokkene verwijst naar artikel 5.3.48 Regeling voertuigen, dat onderdeel uitmaakt van het Apk-handboek. Een Apk-keurmeester mag een voertuig met scherpe delen afkeuren. De advocaat-generaal heeft de voorbumper niet met eigen ogen gezien of aan de onderdelen gevoeld. Die trekt dus slechts een conclusie op basis van een ingezoomde, lage resolutiefoto die uit een bepaalde hoek is genomen. De RDW heeft geconcludeerd dat het voertuig geschikt is om op de openbare weg te rijden. Dit laat zien dat er geen sprake is van scherpe delen. De betrokkene heeft de voorbumperbalk zelf verwijderd omdat die beschadigd was bij een botsing. Het is wettelijk verboden met een loszittende gehavende bumperbalk te rijden. De betrokkene vraagt zich af hoe zijn gedraging door te voldoen aan de wetgeving, strafbaar kan worden gesteld. Verder voert de betrokkene nog aan dat de officier van justitie de hoorplicht heeft geschonden door de betrokkene niet in de gelegenheid te stellen om te worden gehoord. Bij het hoger beroepschrift zijn verschillende bijlagen gevoegd ter onderbouwing van de aangevoerde gronden.
4. Met betrekking tot het CJIB-nummer wijst het hof de betrokkene er op dat zowel een 16-cijferig als 9-cijferig CJIB-nummer wordt gehanteerd. Wanneer het 9-cijferig nummer wordt gehanteerd betreft dit de laatste negen cijfers van het 16-cijferig CJIB-nummer, dat als betalingskenmerk kan worden gebruikt. Hoewel het vervelend is voor de betrokkene dat hij zich heeft vergist en zich hierdoor niet voldoende op de zitting van de kantonrechter had voorbereid, verbindt het hof daar geen gevolgen aan. Daar merkt het hof nog bij op dat de andere zaak die de betrokkene heeft genoemd een totaal ander 16-cijferig CJIB-nummer heeft en dat de betrokkene, voor zover het hem niet helemaal duidelijk was omdat in de oproeping voor de zitting negen cijfers stonden, navraag had kunnen doen bij de rechtbank of het Parket CVOM. Bovendien blijkt uit het proces-verbaal van de zitting dat de kantonrechter de betrokkene de gelegenheid heeft geboden om het dossier te bestuderen voordat de behandeling van de zaak werd voortgezet en dat de betrokkene van die gelegenheid gebruik heeft gemaakt.
5. Ten aanzien van de hoorplicht overweegt het hof dat op de tekst van de inleidende beschikking die de betrokkene heeft ontvangen, op een adequate wijze wordt gewezen op het recht om te worden gehoord. Op de beschikking staat vermeld dat de betrokkene moet aangeven dat hij gehoord wil worden. Het hof stelt vast dat de betrokkene dit niet heeft gedaan. Gelet op wat is bepaald in artikel 7:17 aanhef Pro en onder d van de Algemene wet bestuursrecht, mocht de officier van justitie daarom afzien van het horen.
6. Dat de gedraging is verricht, moet voldoende blijken uit de beschikbare gegevens. Of van de juistheid van deze gegevens kan worden uitgegaan, is ervan afhankelijk of de betrokkene argumenten heeft aangevoerd die leiden tot twijfel aan de juistheid van (delen van) die gegevens dan wel het dossier daar aanleiding toe geeft.
7. De onderhavige gedraging betreft een overtreding van artikel 5.3.48, derde lid, van de Regeling voertuigen. Voor zover van belang is in dat artikel bepaald:
“ 1. Bedrijfsauto’s mogen geen scherpe delen hebben die in geval van botsing gevaar voor lichamelijk letsel voor andere weggebruikers kunnen opleveren.
2. Onverminderd het bepaalde in het eerste lid, moeten uitstekende delen van bedrijfsauto’s die in geval van botsing het gevaar voor lichamelijk letsel voor andere weggebruikers aanzienlijk kunnen vergroten, zijn afgeschermd.
3. In aanvulling op het bepaalde in het eerste en tweede lid, mogen bedrijfsauto’s aan de voorzijde niet zijn voorzien van voorzieningen die in geval van botsing de kans op lichamelijk letsel voor andere weggebruikers aanzienlijk kunnen vergroten.”
8. De gegevens waarop de ambtenaar zich bij de oplegging van de sanctie heeft gebaseerd, zijn opgenomen in het zaakoverzicht. Dit zaakoverzicht bevat de informatie die in de inleidende beschikking is vermeld en daarnaast onder meer de volgende gegevens:
“Ik, verbalisant, zag dat het voertuig reed met scherp uitstekende delen. Er waren meerdere bevestigingspunten van de bumper onafgedekt. Dit betrof bevestigingspunten direct onder de koplampen aan de voorzijde van het voertuig. Dit zijn witte metalen delen waarop schroeven zijn bevestigd die bij een ongeval voor extra letsel kunnen zorgen.”
9. Verder bevat het dossier foto’s van de gedraging. Hierop is het onder 1. genoemde voertuig te zien. Deze foto’s zijn vanuit verschillende hoeken genomen. Hierop is te zien dat links en rechts onder de koplampen delen van de beplating van het voertuig zijn verwijderd. Hierdoor zijn als het ware twee gaten ontstaan, waarin metalen bevestigingspunten en moeren zichtbaar zijn geworden.
10. Het hof oordeelt dat op basis van de gegevens in het dossier kan worden vastgesteld dat de gedraging is verricht. Duidelijk is te zien dat door het verwijderen van delen van de beplating/bumper van het voertuig de kans op lichamelijk letsel bij een aanrijding is vergroot. Gelet op de gewijzigde feitcode is voor de vaststelling van de gedraging niet relevant of sprake is van uitstekende delen of scherpe delen.
11. De omstandigheid dat de RDW na de WOK-melding het voertuig heeft goedgekeurd om te mogen rijden op de Nederlandse weg, betekent niet dat het voertuig op de pleegdatum voldeed aan de wettelijk gestelde eisen qua minimalisering van gevaar voor lichamelijk letsel bij een botsing. Daarvoor is onder meer van belang dat onduidelijk is in welke toestand het voertuig is aangeboden ter keuring. Daarnaast blijkt uit de stukken die de betrokkene heeft toegestuurd niet duidelijk dat, en zo ja waarom, de WOK-melding onterecht was. Daar komt bij dat, ook al zou die melding ten onrechte zijn gedaan, dat niet afdoet aan de constatering die de ambtenaar heeft gedaan en gefotografeerd, namelijk dat het voertuig op het moment van de gedraging reed met een onafgedekte bumper waardoor de kans op lichamelijk letsel aanzienlijk kan worden vergroot.
12. De kantonrechter heeft juist beslist. Het hof zal daarom die beslissing bevestigen.

De beslissing

Het gerechtshof:
bevestigt de beslissing van de kantonrechter.
Dit arrest is gewezen door mr. De Witt, in tegenwoordigheid van mr. Wijmenga als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.