ECLI:NL:GHARL:2025:5056
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Wijma
- Rechtspraak.nl
Bevestiging matiging dwangsom en afwijzing proceskostenvergoeding in hoger beroep bestuursstrafrecht
In deze zaak stond het hoger beroep centraal tegen de beslissing van de kantonrechter die de dwangsom matigde tot €126,75 en een proceskostenvergoeding van €437,50 toekende. De betrokkene had de ontvangst van een verdagingsbrief betwist, maar het hof oordeelde dat het verzendproces vanuit MAPS zodanig is ingericht dat de brief als verzonden mag worden beschouwd. De enkele betwisting van ontvangst was onvoldoende om hieraan te twijfelen.
Daarnaast speelde de opschorting van de beslistermijn door het inschakelen van meerdere rechtsbijstandsverleners namens de betrokkene. Dit leidde tot navraag door het parket en opschorting van de beslistermijn conform artikel 7:24, derde lid, Awb. Hierdoor waren de ingebrekestellingen prematuur en was de officier van justitie tijdig in zijn beslissing.
Het hof concludeerde dat er in het geheel geen dwangsom verschuldigd was, maar liet de reeds vastgestelde dwangsom in stand om de betrokkene niet slechter te stellen dan zonder hoger beroep. Het verzoek om proceskostenvergoeding werd afgewezen. Hiermee bevestigde het hof de beslissing van de kantonrechter.
Uitkomst: Het gerechtshof bevestigt de matiging van de dwangsom tot €126,75 en wijst het verzoek om proceskostenvergoeding af.