ECLI:NL:GHARL:2025:4983
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Van Schuijlenburg
- Rechtspraak.nl
Bevestiging boete voor niet voor laten gaan van voorrangsvoertuig door onnodig gebruik vluchtstrook
De betrokkene kreeg een boete van €250 opgelegd omdat hij op 17 juni 2022 een voorrangsvoertuig niet voor liet gaan op de A27 te Raamsdonkveer. De kantonrechter matigde deze boete tot €187,50 wegens schending van de redelijke termijn. De betrokkene voerde aan dat hij vanwege file en het rijden met een paardentrailer op de vluchtstrook reed en daardoor het voorrangsvoertuig niet eerder kon laten passeren. Hij ontkende de gedraging.
Het hof oordeelde dat de betrokkene zich door onnodig gebruik van de vluchtstrook in de positie bracht dat hij het voorrangsvoertuig niet tijdig kon laten voorgaan. De waarneming van de ambtenaar, die stelde dat de betrokkene pas na het passeren van twintig voertuigen het voorrangsvoertuig liet passeren, werd niet betwist met voldoende bewijs om twijfel te zaaien.
De betrokkene stelde niet dat hij het recht had om de vluchtstrook te gebruiken, en het hof verwierp het verweer dat de gedraging niet verwijtbaar was. Ook het argument dat de ambtenaar een sanctie had moeten opleggen voor het onnodig gebruik van de vluchtstrook faalde. Het hof bevestigde daarom de beslissing van de kantonrechter en wees het verzoek om proceskostenvergoeding af.
Uitkomst: De boete van €187,50 voor het niet voor laten gaan van een voorrangsvoertuig wordt bevestigd en het verzoek om proceskostenvergoeding afgewezen.