ECLI:NL:GHARL:2025:4981

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
12 augustus 2025
Publicatiedatum
12 augustus 2025
Zaaknummer
Wahv 200.349.939
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Van Schuijlenburg
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 11 RVV 1990Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging sanctie voor verboden rechts inhalen bij blokmarkering op A16

De betrokkene werd beboet voor het rechts inhalen van voertuigen bij een blokmarkering op de A16 te Breda, een gedraging die in strijd is met artikel 11, eerste lid, van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990). De kantonrechter matigde de boete van €250,- naar €187,50 vanwege overschrijding van de redelijke termijn.

De betrokkene voerde aan dat het inhalen rechts bij een blokmarkering is toegestaan volgens artikel 11, vierde lid, RVV 1990, omdat zij de afslag wilde nemen. Zij reed rechts van de blokmarkering en haalde voertuigen in, maar keerde kort terug naar de linkerbaan omdat zij twijfelde over de juiste afslag.

Het hof oordeelde dat door het afbreken van de uitvoegmanoeuvre en het terugkeren naar de doorgaande rijstrook niet voldaan werd aan de uitzonderingsbepaling van artikel 11, vierde lid. De verklaring van de verbalisant bevestigde dat de betrokkene twee voertuigen rechts inhaalde en daarna weer terugkeerde naar de linkerbaan. De intentie of vergissing van de betrokkene deed hieraan niet af.

Het hof bevestigde daarom de beslissing van de kantonrechter en wees het verzoek om proceskostenvergoeding af.

Uitkomst: Het gerechtshof bevestigt de gematigde boete van €187,50 voor verboden rechts inhalen en wijst het verzoek om proceskostenvergoeding af.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.349.939/01
CJIB-nummer
: 250193957
Uitspraak d.d.
: 12 augustus 2025
Arrestop het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank ZeelandWest-Brabant van 3 december 2024, betreffende

[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [woonplaats] .
De gemachtigde van de betrokkene is mr. I.N.D.J. Rissema, kantoorhoudende te Dordrecht.

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie gedeeltelijk gegrond verklaard en de sanctie gematigd tot een bedrag van € 187,50. Het verzoek om een proceskostenvergoeding is toegewezen tot een bedrag van € 437,50.

Het verloop van de procedure

De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De gemachtigde van de betrokkene heeft het beroep schriftelijk nader toegelicht.
De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen daarop te reageren. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

De beoordeling

1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 250,- voor: “rechts inhalen waar dat verboden is”. Deze gedraging zou zijn verricht op 14 juni 2022 om 15.17 uur op de A16 in Breda met het voertuig met het kenteken [kenteken] . De kantonrechter heeft het bedrag van de sanctie gematigd tot € 187,50 omdat de redelijke termijn van berechting in eerste aanleg is overschreden.
2. De gemachtigde van de betrokkene voert aan dat de gedraging plaatsvond bij een afslag en dus bij een blokmarkering. Daar is rechts inhalen wel toegestaan. De betrokkene reed rechts van de blokmarkering om de afslag te nemen en heeft daarbij voertuigen ingehaald. Ze is van de rechterbaan teruggegaan naar links, omdat zij even niet begreep welke afslag ze moest hebben. Op tijd zag ze dat ze wel de juiste afslag had en is ze teruggegaan naar rechts. Ze heeft van begin af aan de intentie gehad om met gebruikmaking van de uitvoegstrook de doorgaande rijbaan te verlaten. Dat ze zeer kort terug is ingevoegd maakt dit niet anders.
3. De onderhavige gedraging is een overtreding van het eerste lid van artikel 11 van Pro het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990) waarin is bepaald dat inhalen links geschiedt. Verder is in dit geval relevant wat is bepaald in artikel 11, vierde lid, van het RVV 1990:
“Bestuurders die zich rechts van een blokmarkering bevinden mogen bestuurders die zich links van deze markering bevinden rechts inhalen.”
4. De gegevens waarop de ambtenaar zich bij de oplegging van de sanctie heeft gebaseerd, zijn opgenomen in het zaakoverzicht. Dit zaakoverzicht bevat de informatie die in de inleidende beschikking is vermeld en daarnaast onder meer de volgende gegevens:
“Ik, verbalisant, zag genoemd voertuig op de linkerbaan voor mij rijden. Ik zag het voertuig vervolgens naar de rechterbaan gaan. Ik zag dat het voertuig zijn snelheid verhoogde en twee voertuigen inhaalde via de rechterbaan. Ik zag het voertuig vervolgens achter een vrachtwagen vandaan weer naar de linkerbaan rijden. Vervolgens moest het voertuig alsnog terug naar rechts om uit te kunnen voegen richting Breda Woonboulevard.”
5. Naar het oordeel van het hof kan op basis van de verklaring van de ambtenaar worden vastgesteld dat de gedraging is verricht. Het voertuig ging naar de rechterbaan, verhoogde zijn snelheid, passeerde twee voertuigen en ging weer naar links. Door van de afrit naast de blokmarkering weer terug te gaan naar de rijstrook voor doorgaand verkeer, is de gestelde uitvoegmanoeuvre afgebroken en is geen sprake van de situatie zoals bedoel in artikel 11, vierde lid, van het RVV 1990. De intentie die de betrokkene daarbij heeft gehad of dat zij dit per vergissing zou hebben gedaan, maakt dit niet anders.
6. Gelet op het voorgaande zal het hof de beslissing van de kantonrechter bevestigen. Het verzoek om een proceskostenvergoeding zal worden afgewezen.

De beslissing

Het gerechtshof:
bevestigt de beslissing van de kantonrechter;
wijst het verzoek om vergoeding van proceskosten af.
Dit arrest is gewezen door mr. Van Schuijlenburg, in tegenwoordigheid van mr. Wijmenga als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.