ECLI:NL:GHARL:2025:4979

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
13 augustus 2025
Publicatiedatum
12 augustus 2025
Zaaknummer
21-002616-24
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Aangehouden
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 422 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Heropening onderzoek en psychologisch onderzoek naar toerekeningsvatbaarheid verdachte

In het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Overijssel heeft het hof Arnhem-Leeuwarden vastgesteld dat het onderzoek niet volledig was. Tijdens de zitting van 30 juli 2025 bleek dat er geen rapportage van een gedragsdeskundige over verdachte was opgesteld, wat essentieel is voor een goed begrip van de achtergrond en beweegredenen van het gepleegde vergrijp.

Het hof acht het daarom noodzakelijk dat verdachte wordt onderzocht door een psycholoog die kan rapporteren over zijn toerekeningsvatbaarheid ten tijde van het delict. Het onderzoek wordt heropend en geschorst om deze deskundige benoeming mogelijk te maken.

De zaak wordt verwezen naar de raadsheer-commissaris die belast wordt met het benoemen van een psycholoog voor het opstellen van een mono-rapportage. Het onderzoek wordt hervat op een nader te bepalen datum, waarbij verdachte en zijn raadslieden, alsmede de benadeelden en hun advocaten, tijdig worden opgeroepen.

Uitkomst: Het onderzoek wordt heropend en geschorst voor psychologisch onderzoek naar toerekeningsvatbaarheid van verdachte.

Uitspraak

Afdeling strafrecht
Parketnummer: 21-002616-24
Uitspraak d.d.: 13 augustus 2025
Tegenspraak

Tussenarrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof

Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Zwolle,
gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de meervoudige kamer in de rechtbank Overijssel, zittingsplaats Zwolle, van 20 juni 2024 met parketnummer
08-331810-23 in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1971,
thans verblijvende in de P.I. [locatie] .

Het hoger beroep

De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit tussenarrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 30 juli 2025 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van Pro het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd.
Het hof heeft verder kennisgenomen van hetgeen door verdachte en zijn raadslieden,
mr. W.J. Morra en mr. L.R. Klaver, naar voren is gebracht.
Ook heeft het hof kennis genomen van hetgeen naar voren is gebracht door:
  • mr. B.P.J. Heinrici namens de benadeelde partijen [benadeelde 1] , [benadeelde 2] en [benadeelde 3] , en;
  • mr. M.J. van Rooij, namens de benadeelde partijen [benadeelde 4] . [benadeelde 5] , [benadeelde 6] , [benadeelde 7] , [benadeelde 8] en [benadeelde 9] .
Op de terechtzitting in hoger beroep van 30 juli 2025 is het onderzoek in deze strafzaak gesloten.
Tijdens de beraadslaging is gebleken dat het onderzoek niet volledig is geweest.
Omtrent de persoon van verdachte is om onnavolgbare redenen niet door een gedragsdeskundige gerapporteerd. Het hof heeft echter behoefte aan een beter beeld van de achtergrond en beweegredenen die tot dit vreselijke vergrijp hebben geleid.
Het hof acht het daarom van belang, dat verdachte wordt onderzocht door een psycholoog, zodat die kan rapporteren over de toerekeningsvatbaarheid van verdachte ten tijde van het plegen van het feit.
Het hof zal daarom het onderzoek ter terechtzitting heropenen, schorsen en de zaak verwijzen naar de raadsheer-commissaris teneinde een deskundige te benoemen. Het hof zal de hervatting van het onderzoek ter terechtzitting op een nader te bepalen datum gelasten.

BESLISSING

Het hof:
Heropent het onderzoek.
Geeft opdrachttot het laten opmaken van een mono-rapportage over verdachte door een psycholoog.
Stelt daartoe de stukken in handen van de raadsheer-commissaris, belast met de behandeling van strafzaken in dit hof.
Schorst het onderzoek voor onbepaalde tijd, in ieder geval voor een periode langer dan een maand maar niet langer dan drie maanden, om de klemmende reden dat het uitvoeren van de opgedragen onderzoekshandeling en het zittingsrooster van het hof aan hervatting van het onderzoek binnen één maand in de weg staan.
Bepaalt dat het onderzoek zal worden hervat tegen een nog nader te bepalen terechtzitting.
Beveelt de oproeping van de verdachte tegen het nog nader te bepalen tijdstip, met tijdige kennisgeving daarvan aan de raadslieden van verdachte en aan de benadeelde partijen/nabestaanden en hun advocaten.
Aldus gewezen door
mr. I.P.H.M. Severeijns, voorzitter,
mr. Z.J. Oosting en mr. K.J.C. Geeve, raadsheren,
in tegenwoordigheid van mr. E.R. Koster-Nieuwenhuis, griffier,
en op 13 augustus 2025 ter openbare terechtzitting uitgesproken.