Uitspraak
1.[appellant] ,die woont in [woonplaats1] ,
[appellant],
Rabobank,
1.Het verloop van de procedure in hoger beroep
• producties 41 en 42 van de zijde van Rabobank
2.De kern van de zaak
De woning is in 2016 met verlies verkocht. [appellant] is van mening dat de bank tekort is geschoten in de nakoming van haar zorgplicht en onrechtmatig heeft gehandeld door de lening te verstrekken en onvoldoende te waarschuwen voor overkreditering. [appellant] houdt de bank daarom aansprakelijk voor het verlies. Rabobank betwist dat sprake was van overkreditering. Zij zegt dat zij [appellant] voldoende heeft gewaarschuwd voor de risico’s en vordert betaling van de restschuld.
3.Het oordeel van het hof
Feiten
- Een geldlening van € 600.000,- met een variabele rente
- Een geldlening van € 560.000,- met een vaste rente voor 10 jaar
- Een overbruggingslening van € 40.000,-
DNB schreef in het Overzicht Financiële Stabiliteit (OFS) van maart 2008:
- voor recht te verklaren dat Rabobank ten onrechte geldleningen aan hem heeft verstrekt;
- de bank te veroordelen tot betaling van het bedrag van de restschuld welk bedrag [appellant] dient te verrekenen met zijn schuld aan de bank;
- voor recht te verklaren dat de restschuld van [appellant] per 1 maart 2017 € 615.854,55 bedroeg en volledig opeisbaar is;
- [appellant] hoofdelijk te veroordelen om dit bedrag plus de wettelijke rente en kosten vanaf 1 maart 2017 aan Rabobank te betalen;
- [appellant] te veroordelen in de proceskosten en de nakosten.
- het vonnis van de rechtbank te vernietigen;
- te verklaren voor recht dat Rabobank haar zorgplicht heeft geschonden door aan [appellant] in 2008 en 2009 kredieten te verstrekken;
- te verklaren voor recht dat [appellant] niet verplicht is aan Rabobank de restschuld te betalen vanwege een beroep op dwaling;
- te verklaren voor recht dat Rabobank tekort is geschoten in de nakoming van haar overeenkomst van opdracht jegens [appellant] en zij gehouden is de dientengevolge verschenen schade te vergoeden, welke schade gelijk is aan de aan Rabobank te betalen restschuld;
- Rabobank te veroordelen in de kosten van [naam1] ;
- Rabobank te bevelen om binnen 14 dagen na het wijzen van arrest de Stichting Bureau kredietregistratie in Tiel (BKR) te melden dat zij [appellant] ten onrechte heeft geregistreerd in haar register en BKR te verzoeken om de achterstandscodering van [appellant] te schrappen en geschrapt te houden, met de uitdrukkelijk mededeling dat de registratie niet dient te worden voorzien van een herstelcode, maar de registratie te schappen nu die van meet af aan onterecht was;
- Rabobank te veroordelen in de proceskosten van beide instanties.
Rabobank kon in september 2007 de kredietcrisis niet voorzien en behoefde niet voor de gevolgen daarvan te waarschuwen
In dat licht valt niet in te zien dat Rabobank in september 2007 kon voorzien dat deze Amerikaanse hypotheekcrisis een jaar later, na de val van de Lehmann Brothers, zou worden gevolgd door een wereldwijde kredietcrisis en dat zij [appellant] had moeten waarschuwen voor de gevolgen daarvan. Op 14 maart 2008, de datum waarop het krediet daadwerkelijk werd uitbetaald, was dat evenmin het geval. Uit het bericht van DNB van maart 2008 (deels geciteerd in 3.6) blijkt dat DNB de kans dat de mondiale ontwikkelingen zouden doorwerken op de financiële sector in Nederland, ook toen nog gering achtte.
Het krediet was verantwoord. Geen gerechtelijke erkentenis of rechtsverwerking
2. De aanbieder gaat geen overeenkomst inzake krediet aan met een consument
In AFP 2 (productie 10 bij cva) was dit gewijzigd in een aflossingsvrije financiering van
€ 1.160.000 euro en een overbruggingskrediet van € 40.000. Laatstgenoemd bedrag zou worden afgelost uit de verwachte overwaarde van de woning in [plaats1] . De financiering is op basis van AFP 2 verstrekt. Voor zover [naam1] , die in opdracht van [appellant] rapporten heeft uitgebracht, zijn bevindingen heeft gebaseerd op AFP 1, zijn deze niet ter zake doende.
Dat was aanleiding voor het inschakelen van een externe deskundige om de juiste executiewaarde te laten vaststellen. Op basis van dat rapport kwam Rabobank tot de conclusie dat de financiering aan de Loan To Value -ratio voldeed, omdat deze onder de destijds toegestane grens van 125% van de executiewaarde van het onderpand bleef.
De vraagtekens omtrent de bestendigheid van het inkomen van [appellant] waren daarmee weggenomen. Dat gold temeer omdat [appellant] volgens een schrijven van zijn werkgever
€ 100.000 per jaar meer zou gaan verdienen in de vorm van een management fee. Met dat bedrag heeft Rabobank in haar berekening overigens nog geen rekening gehouden. De bank had naar het oordeel van het hof dan ook geen twijfels behoeven te hebben bij de bestendigheid van het inkomen van [appellant] . Dat [appellant] een half jaar na de kredietverstrekking in verband met een arbeidsconflict zèlf ontslag zou nemen was voor Rabobank niet te voorzien.
[appellant] klaagt dat de bank het eigenwoningforfait niet heeft benoemd, maar dat hoefde zij ook niet. Het eigenwoningforfait is geen onderdeel van de hypothecaire last, maar een forfaitair bedrag dat de fiscus bij bezitters van een eigen woning bij het inkomen optelt en betrekt in de belastingheffing. [appellant] had al een eigen woning in [plaats1] en was met deze vorm van belastingheffing dan ook bekend. Door [appellant] is bovendien niet gesteld dat het eigenwoningforfait voor hem doorslaggevend was voor zijn beslissing de kredietovereenkomst aan te gaan, laat staan dat is gebleken dat dat voor Rabobank kenbaar was.
Het hof is van oordeel dat Rabobank met het de informatie die zij heeft verstrekt en de risico’s waarop zij heeft gewezen aan haar zorgplicht als aanbieder van een hypothecaire geldlening heeft voldaan.
Dat [appellant] de overeenkomst onder invloed van dwaling is aangegaan is niet gebleken. Zijn beroep op dwaling faalt.
Geen verwijdering BKR registratie
Rabobank is in haar rol van financieel adviseur evenmin tekort geschoten
a. wint zij in het belang van de consument onderscheidenlijk de cliënt informatie in over diens financiële positie, kennis, ervaring, doelstellingen en risicobereidheid, voorzover dit redelijkerwijs relevant is voor haar advies;
b. draagt zij er zorg voor dat haar advies, voorzover redelijkerwijs mogelijk, rekening houdt met de in onderdeel a bedoelde informatie; en
c. licht zij de overwegingen toe die ten grondslag liggen aan haar advies voorzover dit nodig is voor een goed begrip van haar advies.”
Daarmee heeft Rabobank ook in haar rol van adviseur aan haar zorgplicht voldaan.
4.De beslissing
€ 112,37 aan kosten anticipatie-exploot
€ 10.304,- aan salaris van de advocaat van Rabobank (2 punten x appeltarief VII, 5.152,-)
en is door de rolraadsheer in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 1 juli 2025.