De betrokkene, geboren in 1944, heeft in een notariële volmacht uitdrukkelijk haar voorkeur uitgesproken om haar dochter als curator te benoemen indien een beschermingsmaatregel nodig is. De kantonrechter stelde de betrokkene onder curatele en benoemde een professionele derde als curator. De dochter ging hiertegen in hoger beroep en verzocht om haar als curator te benoemen.
Het hof oordeelt dat hoewel de voorkeur van de betrokkene zwaarwegend is, er gegronde redenen zijn die zich tegen de benoeming van de dochter verzetten. De familieverhoudingen zijn ernstig verstoord, er is sprake van wantrouwen en beschuldigingen tussen de dochter en de zoon, en de communicatie verloopt niet constructief. De dochter heeft zonder overleg met de zoon gehandeld en kon financiële vragen onvoldoende beantwoorden.
Het hof acht het in het belang van de betrokkene dat een onafhankelijke, professionele curator wordt benoemd om verdere verdeeldheid te voorkomen. De benoemde curator is al bekend met de situatie en kan de werkzaamheden continueren. De bezwaren tegen de onafhankelijkheid van de curator worden verworpen. De proceskosten worden gecompenseerd, ieder draagt zijn eigen kosten. Het hof bekrachtigt de beschikking van de kantonrechter.