Belanghebbende heeft bezwaar gemaakt tegen een aanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen (IB/PVV) 2016, maar dit bezwaar werd niet-ontvankelijk verklaard omdat het niet binnen de wettelijke termijn was ingediend. De Inspecteur kwalificeerde het bezwaar tevens als een verzoek om ambtshalve vermindering, dat werd afgewezen vanwege overschrijding van de vijfjaarstermijn.
Belanghebbende stelde dat het verzoek tijdig was ingediend op basis van de gemitigeerde verzendtheorie, omdat de brief op 30 december 2021 was gepost en op 6 januari 2022 was ontvangen. Het Hof oordeelde echter dat deze theorie niet van toepassing is op een verzoek om ambtshalve vermindering en dat belanghebbende onvoldoende bewijs leverde voor tijdige verzending.
Ook het argument dat de feestdagen een langere bezorg- en verwerkingstijd rechtvaardigen, werd verworpen omdat dit algemeen bekend is en het risico voor rekening van de indiener komt. Het verzoek was derhalve niet tijdig en de Inspecteur hoefde het niet inhoudelijk te behandelen.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard, de uitspraak van de Rechtbank Gelderland bevestigd en er werd geen vergoeding van griffierecht of proceskosten toegewezen.