In deze civiele zaak heeft verzoeker hoger beroep ingesteld tegen de afwijzing van zijn verzoek tot opheffing van het bewind over zijn goederen. Het bewind is ingesteld sinds 2009 vanwege zijn geestelijke of lichamelijke toestand. Na wisseling van bewindvoerders is het verzoek tot opheffing in eerste aanleg afgewezen.
Het hof heeft op 10 juli 2025 een tussenbeschikking gegeven waarin het verzoek van verzoeker niet wordt toegewezen, maar de zaak wordt aangehouden. Het hof motiveert dit door het belang van een zelfredzaamheidstraject waarin verzoeker onder begeleiding van de bewindvoerder stapsgewijs zijn financiële zelfredzaamheid kan aantonen.
Verzoeker en de bewindvoerder werken naar het oordeel van het hof positief samen en verzoeker staat open voor het traject. Het hof bepaalt dat de bewindvoerder verzoeker zo spoedig mogelijk aanmeldt voor het traject en dat de voortgang schriftelijk wordt gerapporteerd. De zaak wordt aangehouden tot 29 januari 2026, wanneer de behandeling wordt voortgezet. Tevens is een raadsheer-commissaris benoemd om de procedure te bewaken.