De schuldsaneringsregeling van de schuldenaar was tussentijds beëindigd door de rechtbank vanwege niet-naleving van de inlichtingenplicht en vermeende benadeling van schuldeisers. De schuldenaar had een schuld van €57.398,01 opgebouwd tijdens haar eenmanszaak en was daarna seizoensgebonden werkzaam bij een schildersbedrijf. Tijdens de periode zonder dienstverband ontving zij een WW-uitkering en deed zij sollicitaties.
In hoger beroep voerde de schuldenaar aan dat zij zich wel degelijk had ingespannen om de gevraagde informatie te verstrekken en had voldaan aan haar sollicitatieplicht, ondersteund door bewijsstukken van sollicitaties en gevolgde cursussen. De bewindvoerder handhaafde het verzoek tot beëindiging.
Het hof oordeelde dat hoewel de schuldenaar langere tijd niet aan haar informatieplicht had voldaan, dit niet had geleid tot nadelige gevolgen voor schuldeisers. De schuldenaar had zich in de aanloop naar de zitting alsnog ingespannen om de bewindvoerder te voorzien van relevante informatie en had baten verworven voor de boedel. Daarom werd het vonnis van de rechtbank vernietigd en de schuldsaneringsregeling verlengd met 9 maanden tot 14 oktober 2026.