ECLI:NL:GHARL:2025:4119

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
4 juli 2025
Publicatiedatum
4 juli 2025
Zaaknummer
Wahv 200.350.051
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Willems-Keekstra
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 11 Wahv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging niet-ontvankelijkheid beroep wegens ontbreken zekerheidstelling bij Wahv-procedure

De betrokkene stelde beroep in tegen een beslissing van de kantonrechter die het beroep niet-ontvankelijk verklaarde wegens het ontbreken van zekerheidstelling. De betrokkene voerde aan dat hij zekerheid had gesteld door middel van een promesse, welke volgens hem een hogere waarde heeft dan een bankoverschrijving.

Het hof oordeelt dat de wet (artikel 11 Wahv Pro) duidelijk voorschrijft dat zekerheid moet worden gesteld via betaling via het Digitaal Loket of overboeking op de rekening van het CJIB. Een promesse wordt niet als geldige zekerheid erkend. De betrokkene is adequaat geïnformeerd over deze verplichting.

Verder concludeert het hof dat de verplichting tot zekerheidstelling de toegang tot de rechter niet belemmert en dat er geen sprake is van een verschoonbare tekortkoming. Daarom bevestigt het hof de beslissing van de kantonrechter dat het beroep niet-ontvankelijk is wegens het niet stellen van zekerheid.

Uitkomst: Het hof bevestigt de niet-ontvankelijkverklaring van het beroep wegens het niet stellen van de vereiste zekerheid.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.350.051/01
CJIB-nummer
: 249292437
Uitspraak d.d.
: 4 juli 2025
Arrestop het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank MiddenNederland van 4 oktober 2024, betreffende

[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [woonplaats] .

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie niet-ontvankelijk verklaard.

Het verloop van de procedure

De betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter.
Er is daarnaast gevraagd om de zaak op een zitting van het hof te behandelen.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De betrokkene heeft het beroep schriftelijk nader toegelicht.
De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen daarop te reageren. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.
De zaak is behandeld op de zitting van 20 juni 2025. De betrokkene is verschenen.
De advocaat-generaal is vertegenwoordigd door [naam1] .

De beoordeling

1. De kantonrechter heeft het beroep niet-ontvankelijk verklaard, omdat geen zekerheid is gesteld en niet is gebleken dat dit verschoonbaar is.
2. De betrokkene voert aan dat hij wel degelijk zekerheid heeft gesteld, namelijk door middel van het overleggen van een promesse. Een promesse is van hogere waarde dan een bankoverschrijving, omdat deze is voorzien van een autograaf en een biometrisch kenmerk. Verder voert de betrokkene aan dat de verplichting om zekerheid te stellen een belemmering oplevert voor de toegang tot de rechter, hetgeen in strijd is met het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten.
3. Artikel 11 van Pro de Wahv verplicht de betrokkene om in de procedure bij de kantonrechter zekerheid te stellen voor de betaling van de sanctie en de administratiekosten. De zekerheid dient te worden gesteld door betaling via het Digitaal Loket of door overboeking op de rekening van het CJIB. De betrokkene is op juiste wijze geïnformeerd over de verplichting tot zekerheidstelling en de wijze waarop aan deze verplichting moet worden voldaan.
4. Uitgangspunt is dat de verplichting om zekerheid te stellen de toegang tot de rechter niet belemmert (vgl. het arrest van de Hoge Raad van 28 juni 1994, NJ 1994, 657). Het hof ziet geen aanleiding voor het oordeel dat de betrokkene in zijn recht op toegang tot de rechter is belemmerd.
5. Uit het voorgaande volgt dat de betrokkene geen zekerheid heeft gesteld. De wet voorziet immers niet in de mogelijkheid om zekerheid te stellen door middel van het overleggen van een promesse. Het hof ziet in het betoog van de betrokkene verder geen aanleiding om te oordelen dat het niet zekerheid stellen verschoonbaar moet worden geacht. De kantonrechter heeft het beroep daarom terecht niet-ontvankelijk verklaard. Het hof zal de beslissing van de kantonrechter dan ook bevestigen.

De beslissing

Het gerechtshof:
bevestigt de beslissing van de kantonrechter.
Dit arrest is gewezen door mr. Willems-Keekstra, in tegenwoordigheid van mr. Starreveld als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.