Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden behandelde het hoger beroep tegen de beslissing van de rechtbank Noord-Nederland inzake een ontnemingsvordering op grond van artikel 36e Wetboek van Strafrecht. De rechtbank had het wederrechtelijk verkregen voordeel vastgesteld op €275.889,84 en de terugbetalingsverplichting wegens overschrijding van de redelijke termijn op €248.300,86.
De verdediging voerde in hoger beroep aan dat er geen sprake was van acht oogsten en betwistte de berekening van het stroomverbruik van 121.935 kW in 2019, zoals vastgesteld door de meteropnemer van het energiebedrijf. Het hof verwierp deze verweren wegens onvoldoende onderbouwing en achtte het bewijs van de rechtbank, bestaande uit objectieve, betrouwbare en verifieerbare gegevens, overtuigend.
Daarnaast werd de verklaring van betrokkene dat het hogere stroomverbruik in eerdere jaren toe te schrijven was aan apparatuur zoals een sauna en jacuzzi niet geloofwaardig bevonden. Een foto van een sauna was onvoldoende bewijs voor het energieverbruik. Het hof bevestigde daarom de beslissing van de rechtbank en legde de ontnemingsverplichting en de maximale gijzelingstermijn van 1080 dagen vast.