Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:GHARL:2025:3590

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
28 mei 2025
Publicatiedatum
12 juni 2025
Zaaknummer
21-000722-25
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 4C Leerplichtwet 1969Art. 5 onder a Leerplichtwet 1969Art. 2.107b Wet op het voortgezet onderwijsArt. 2.107I Wet op het voortgezet onderwijsArt. 2.100 Wet op het voortgezet onderwijs
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak wegens niet kunnen bewijzen van overtreding leerplichtwet door vrijstelling

Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft in hoger beroep het vonnis van de kantonrechter vernietigd en verdachte vrijgesproken van overtreding van de Leerplichtwet 1969. De kantonrechter had verdachte veroordeeld tot een werkstraf en een voorwaardelijke jeugddetentie wegens het niet volgen van het volledige onderwijsprogramma in september 2024.

Het hof oordeelde dat niet bewezen kon worden dat verdachte niet aan haar leerplichtverplichting had voldaan in de periode van 5 tot en met 26 september 2024. Dit omdat de gemeente met terugwerkende kracht een vrijstelling had verleend op grond van artikel 5 onder Pro a van de Leerplichtwet voor het schooljaar 2024-2025.

De tenlastelegging betrof het niet volgen van het volledige onderwijsprogramma terwijl de leerplicht was beëindigd, de verdachte jonger dan 18 was en geen startkwalificatie had behaald. Het hof vernietigde het eerdere vonnis en sprak verdachte vrij, omdat de leerplichtverplichting niet bestond gedurende de betreffende periode.

Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken omdat zij met terugwerkende kracht vrijstelling had van de leerplichtverplichting.

Uitspraak

Afdeling strafrecht
Parketnummer: 21-000722-25
Uitspraak d.d.: 28 mei 2025
TEGENSPRAAK
Arrestvan de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden,
gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de kantonrechter in de rechtbank Noord-Nederland (locatie Assen ) van 6 februari 2025 met parketnummer 18-366291-24 in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 2007,
wonende te [adres] .

Het hoger beroep

[verdachte] heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 28 mei 2025 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van Pro het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkende tot vrijspraak van [verdachte] ter zake het tenlastegelegde.
Het hof heeft verder kennisgenomen van hetgeen door [verdachte] en haar raadsvrouw,
mr. N.D. Spijker, naar voren is gebracht.
Het hof heeft onmiddellijk na het sluiten van het onderzoek ter terechtzitting uitspraak gedaan in aanwezigheid van [verdachte] en de raadsvrouw.

Het vonnis waarvan beroep

De kantonrechter heeft bij vonnis van 6 februari 2025 [verdachte] ter zake van overtreding van het bepaalde in artikel 4C, eerste lid van de Leerplichtwet 1969 veroordeeld tot een werkstraf van 20 uren, subsidiair 10 dagen jeugddetentie voorwaardelijk, met een proeftijd van een jaar, met als bijzondere voorwaarden het volgen van onderwijs of het hebben van een dagbesteding en meewerken aan hulpverlening of behandeling, onder toezicht van de jeugdreclassering.
Het hof zal het vonnis waarvan beroep vernietigen omdat het tot een andere bewijsbeslissing komt en daarom opnieuw rechtdoen.

De tenlastelegging

Aan [verdachte] is tenlastegelegd dat:
zij in of omstreeks de periode van 5 september 2024 tot en met 26 september 2024 te [plaats] , meermalen, althans eenmaal, als jongere, die als leerling, vavo-student of mbo-student van een school of instelling, te weten [naam school] stond ingeschreven, niet heeft voldaan aan haar verplichting het volledige onderwijsprogramma, het volledige programma van de combinatie leren en werken en/of het onderwijsprogramma, bedoeld in artikel 2.107b, tweede lid en/of 2.107I, tweede lid en/of 2.100, eerste lid en/of 2.109, derde lid van de Wet op het voortgezet onderwijs, dat door die school of instelling werd aangeboden, te volgen, terwijl ten aanzien van haar de leerplicht, bedoeld in paragraaf 2 van de Leerplichtwet 1969 was beëindigd en zij de leeftijd van 18 jaar niet had bereikt en zij geen startkwalificatie had behaald.

Vrijspraak

Naar het oordeel van het hof kan niet worden bewezen dat [verdachte] in de periode van 5 september 2024 tot en met 26 september 2024 niet heeft voldaan aan haar verplichting om, overeenkomstig de bepalingen van de Leerplichtwet 1969, het volledige onderwijsprogramma dat door haar [naam school] werd aangeboden te volgen.
Voor [verdachte] bestond die verplichting namelijk niet, omdat haar blijkens de brief van de Gemeente [plaats] van 27 mei 2025, op grond van artikel 5 onder Pro a van de Leerplichtwet, met terugwerkende kracht, een vrijstelling is verleend voor het volgen van het onderwijsprogramma voor het schooljaar 2024-2025.
Het hof zal [verdachte] daarom vrijspreken van het tenlastegelegde.

BESLISSING

Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart niet bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Aldus gewezen door
mr. L.J. Hofstra, voorzitter,
mr. H.J. Deuring en mr. L. Pieters, raadsheren,
in tegenwoordigheid van H. Pool, griffier,
en op 28 mei 2025 ter openbare terechtzitting uitgesproken.