De verdachte werd in eerste aanleg veroordeeld tot twee maanden gevangenisstraf voor een inbraak in een casino waarbij geld en inhoud van gokkasten werden weggenomen. De politie vond DNA van de verdachte op een schroef van een metalen plaat die losgeschroefd was om toegang te verschaffen tot het casino. Camerabeelden toonden verdachte die zich bukkend bij de nooduitgangsdeur bevond.
De verdachte ontkende betrokkenheid bij de inbraak en verklaarde dat hij mogelijk de schroef had aangeraakt tijdens een eerder bezoek aan het casino. Het hof achtte dit scenario onwaarschijnlijk en concludeerde dat verdachte betrokken was bij het losdraaien van de schroeven ten behoeve van de inbraak.
Echter, het hof vond geen wettig en overtuigend bewijs dat verdachte ook daadwerkelijk de inbraak heeft gepleegd, mede omdat niet kon worden vastgesteld of verdachte degene was die het casino binnenkwam en de gokkasten opende. Ook was DNA van een onbekende vrouw op een schroef aangetroffen en was het onduidelijk of de inbreker man of vrouw was.
De vordering van de benadeelde partij tot schadevergoeding werd afgewezen omdat verdachte werd vrijgesproken van het tenlastegelegde. Het hof vernietigde het vonnis van de politierechter en sprak verdachte vrij van het tenlastegelegde.