De verdachte werd in eerste aanleg veroordeeld tot 18 maanden gevangenisstraf voor poging tot afpersing, waarbij de benadeelde partij een schadevergoeding van €2.039,65 werd toegekend.
In hoger beroep vernietigt het gerechtshof dit vonnis. Hoewel DNA-sporen van de verdachte zijn aangetroffen op delict-gerelateerde goederen zoals een trui, rugzak en handschoenen, betreft het mengprofielen met DNA van meerdere personen. Dit maakt het onvoldoende om wettig en overtuigend bewijs te leveren van de betrokkenheid van verdachte bij het strafbare feit.
De verdachte ontkent betrokkenheid en voert aan dat de goederen mogelijk onbevoegd uit een gezamenlijke wasruimte zijn meegenomen en dat DNA via secundaire overdracht op de handschoenen kan zijn gekomen. Het hof acht deze verklaringen niet onwaarschijnlijk en concludeert dat het tenlastegelegde niet bewezen is.
De vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij wordt daarom niet toegewezen en de benadeelde partij wordt niet-ontvankelijk verklaard. De kosten van het geding worden ieder voor eigen rekening gelaten.
Het arrest is gewezen door de meervoudige kamer van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden op 28 mei 2025.