Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
[eiser] (hierna: eiser),
De beslissing van de kantonrechter
Het verloop van de procedure
De beoordeling
- Eiser is bij brief van 3 januari 2022 door verweerder gewezen op de verplichting om vóór de behandeling van het beroepschrift door de kantonrechter zekerheid te stellen voor het bedrag van de bestuurlijke boete. Bij brief van 20 januari 2022 heeft verweerder eiser herinnerd aan deze verplichting en is eiser opnieuw in de gelegenheid gesteld om zekerheid te stellen. Daarbij is vermeld dat eiser dient te betalen vóór 27 januari 2022.
- Bij brief van 27 januari 2022 geeft eiser aan dat hij vanwege onvoldoende financiële middelen onmogelijk aan de verplichting tot zekerheidstelling kan voldoen omdat de gemeente Amsterdam zijn uitkering per 1 januari 2022 heeft beëindigd.
- Bij brief van 11 april 2022 is eiser door de griffier van de rechtbank opgeroepen voor de zitting van de kantonrechter van 25 mei 2022. Bij e-mail van 20 mei 2022 heeft eiser de griffie van de rechtbank laten weten dat hij de oproep voor de zitting niet heeft ontvangen en verzocht om een nieuwe oproepdatum te stellen. Bij brief van 25 mei 2022 heeft de griffier van de rechtbank eiser bericht dat de behandeling van het door eiser ingestelde beroep voor onbepaalde tijd is aangehouden en dat hij te zijner tijd een nieuwe oproep ontvangt.
- Bij brief van 16 mei 2024 heeft de griffier van de rechtbank eiser in de gelegenheid gesteld alsnog het bedrag ter hoogte van de bestuurlijke boete te betalen aan de gemeente, binnen één week na dagtekening van die brief.
- De kantonrechter heeft vervolgens een beslissing genomen zonder dat de zaak op zitting is behandeld. De kantonrechter heeft daarbij overwogen dat uit het systeem van de wet volgt dat in het geval van niet of niet tijdig stellen van zekerheid de kantonrechter op het beroep kan beslissen zonder betrokkene te horen.