De zaak betreft een geschil over de wijziging van de overeengekomen kinderalimentatie tussen de ouders van een minderjarige geboren in 2017. De rechtbank had de kinderalimentatie verhoogd naar €497 per maand vanaf 22 september 2023 en €528 vanaf 1 januari 2024. De man ging hiertegen in hoger beroep met vier grieven over behoefte, draagkracht, zorgkorting en bijdrage.
Het hof stelt vast dat de oorspronkelijke afspraken in het ouderschapsplan uit 2020 niet gebaseerd waren op professionele draagkrachtberekeningen en dat partijen onvoldoende rekening hielden met wettelijke maatstaven. De behoefte van het kind wordt vastgesteld op €780 per maand in 2023 en €829 in 2024, waarbij de kinderopvangkosten niet leiden tot een verhoging van de behoefte.
De draagkracht van de man wordt berekend op €657 per maand in 2023 en €881 per maand in 2024, de vrouw heeft een draagkracht van respectievelijk €906 en €909. De zorgkorting wordt vastgesteld op 25% vanwege de zorgregeling. Na verrekening komt het hof tot een lagere bijdrage van de man dan de rechtbank had vastgesteld.
Het hof vernietigt de beschikking van de rechtbank en bepaalt dat de man vanaf 22 september 2023 €250 per maand betaalt, met indexering tot €282,76 in 2025. Tevens hoeft de vrouw teveel ontvangen alimentatie niet terug te betalen. De proceskosten worden gecompenseerd, ieder draagt eigen kosten.