In hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter is verdachte vrijgesproken van het tenlastegelegde schennis van de eerbaarheid. Het hof oordeelde dat hoewel meerdere aangeefsters een man hebben waargenomen die zichzelf aan het aftrekken was, de signalementen onderling verschillen en onvoldoende zekerheid bieden dat verdachte de dader was.
De verdachte heeft een alibi aangevoerd en ontkende de feiten. Er heeft geen meervoudige fotoconfrontatie plaatsgevonden en de verklaringen van de aangeefsters zijn niet eenduidig. Hierdoor kon het hof niet buiten redelijke twijfel vaststellen dat verdachte de strafbare feiten heeft gepleegd.
De vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij, die in eerste aanleg deels was toegewezen, werd door het hof niet-ontvankelijk verklaard omdat verdachte werd vrijgesproken. Het hof vernietigde het vonnis van de politierechter en deed opnieuw recht.
De kosten van het geding worden door partijen ieder zelf gedragen. De uitspraak werd gedaan op 6 mei 2025 door de meervoudige kamer van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.