De verdachte werd in eerste aanleg veroordeeld tot een gevangenisstraf van één jaar wegens zware mishandeling van zijn ruim twee maanden oude dochter. In hoger beroep bevestigt het hof de bewezenverklaring en de gronden van de rechtbank, maar wijzigt het vonnis ten aanzien van de strafoplegging.
De verdediging verzocht om een contra-expertise van het NFI-rapport, omdat twijfel bestond over de betrouwbaarheid van de 'shaken baby syndroom'-hypothese. Het hof wees dit verzoek af, omdat het letsel niet alleen bestond uit de triade, maar ook uit een hersenweefselscheur die volgens de deskundige alleen door een grote krachtsinwerking kan zijn veroorzaakt. De verdediging kreeg bovendien voldoende gelegenheid om de deskundige te ondervragen.
Het hof concludeert dat het letsel niet accidenteel is ontstaan en dat verdachte dit heeft toegebracht. Verdachte heeft bewust de aanmerkelijke kans aanvaard dat zwaar lichamelijk letsel zou ontstaan. Gelet op de ernst van het feit, de persoonlijke omstandigheden van verdachte en het kind, en de aanzienlijke overschrijding van de redelijke termijn, legt het hof een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf van twaalf maanden op met een proeftijd van twee jaar.