ECLI:NL:GHARL:2025:2534
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Van Schuijlenburg
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen niet-ontvankelijkverklaring in bestuursstrafzaak en proceskostenvergoeding
De betrokkene stelde hoger beroep in tegen de beslissing van de kantonrechter die het beroep niet-ontvankelijk verklaarde wegens gebrek aan belang, nadat de officier van justitie de inleidende beschikking had vernietigd. Het hof constateerde dat de zaak niet op een openbare zitting was behandeld, terwijl dit wel had moeten gebeuren volgens artikel 13b van de Wahv. Hierdoor werd het appelverbod buiten toepassing gelaten en het hoger beroep ontvankelijk verklaard.
Het hof oordeelde dat de kantonrechter ten onrechte niet had beslist op het verzoek om proceskostenvergoeding en het vaststellen van een dwangsom wegens te late beslissing van de officier van justitie. De officier van justitie had de beslissing pas na een ingebrekestelling en na het verstrijken van de wettelijke termijn genomen, waardoor een dwangsom van € 992,- verschuldigd is.
Het hof veroordeelde de advocaat-generaal tot vergoeding van proceskosten in zowel de fase bij de kantonrechter (€ 453,50) als in hoger beroep (€ 226,75), en legde de dwangsom op aan de officier van justitie. Hiermee werd de beslissing van de kantonrechter vernietigd voor zover deze niet op genoemde verzoeken had beslist.
Uitkomst: Het hof verklaart het hoger beroep ontvankelijk, vernietigt de niet-ontvankelijkverklaring en kent proceskostenvergoeding en dwangsom toe aan betrokkene.