ECLI:NL:GHARL:2025:2484

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
23 april 2025
Publicatiedatum
23 april 2025
Zaaknummer
Wahv 200.349.968/01
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Wijma
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 5 Wahv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging sanctie voor doorrijden bij rood knipperlicht spoorwegovergang

De betrokkene kreeg een sanctie van €250 opgelegd wegens het negeren van een rood knipperlicht bij een spoorwegovergang op 7 februari 2023 te Emmen. De betrokkene betwistte de gedraging en voerde aan dat de ambtenaar geen direct zicht had op het rode licht dat voor de bestuurder gold en dat een staandehouding mogelijk was geweest.

Het hof oordeelde dat het niet vereist is dat de ambtenaar rechtstreeks zicht heeft op het rode knipperlicht voor de bestuurder, maar dat de waarneming van de ambtenaar de conclusie moet rechtvaardigen dat het licht genegeerd is. De ambtenaar kon vanuit zijn positie de rode lichten aan de achterzijde zien en verklaarde dat de overwegbomen halverwege geopend waren, wat duidt op een rood knipperlicht voor de bestuurder.

Verder stelde het hof vast dat vanwege de verkeerssituatie en het ontbreken van geschikte stopmiddelen geen reële mogelijkheid bestond om de bestuurder staande te houden. De sanctie mocht daarom terecht aan de kentekenhouder worden opgelegd. Het hof bevestigde de beslissing van de kantonrechter en wees het verzoek om proceskostenvergoeding af.

Uitkomst: De sanctie van €250 voor doorrijden bij rood knipperlicht bij spoorwegovergang wordt bevestigd.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.349.968/01
CJIB-nummer
: 255877598
Uitspraak d.d.
: 23 april 2025
Arrestop het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank NoordNederland van 26 september 2024, betreffende

[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [woonplaats] .
De gemachtigde van de betrokkene is M.J.M. Bergers, kantoorhoudende te Maastricht.

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard.

Het verloop van de procedure

De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.
De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen een verweerschrift in te dienen. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

De beoordeling

1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 250,- voor: “doorrijden bij werkend rood knipperlicht bij weg over het spoor”. Deze gedraging zou zijn verricht op 7 februari 2023 om 18.42 uur op de Boslaan in Emmen met het voertuig met het kenteken [kenteken] .
2. De gemachtigde van de betrokkene betwist de gedraging. Hij stelt dat de ambtenaar geen rechtstreeks zicht had op de voor de bestuurder geldende rode lichten als de bestuurder de ambtenaar tegemoet reed. Niet is gebleken dat de ambtenaar (nadien) heeft gecontroleerd of de lichten aan de andere zijde gelijktijdig functioneerden. Verder is de gemachtigde van mening dat er wel degelijk een staandehouding had kunnen plaatsvinden. De bestuurder reed de ambtenaar tegemoet en de bomen van de spoorwegovergang gingen open. De toelichting van de ambtenaar dat de verkeerssituatie een staandehouding niet toeliet, is in dit geval vreemd. De gemachtigde stelt zich dan ook op het standpunt dat de inleidende beschikking niet in stand kan blijven.
3. Dat de gedraging is verricht, moet voldoende blijken uit de beschikbare gegevens. Of van de juistheid van deze gegevens kan worden uitgegaan, is ervan afhankelijk of de betrokkene argumenten heeft aangevoerd die leiden tot twijfel aan de juistheid van (delen van) die gegevens dan wel het dossier daar aanleiding toe geeft.
4. De gegevens waarop de ambtenaar zich bij de oplegging van de sanctie heeft gebaseerd, zijn opgenomen in het zaakoverzicht. Dit zaakoverzicht bevat de informatie die in de inleidende beschikking is vermeld en daarnaast onder meer de volgende gegevens:
“Staandehouding ter administratieve afhandeling heeft niet plaatsgevonden gezien de verkeerssituatie dit niet toe liet omdat er geen mogelijkheid was de bestuurder een stopteken te geven aangezien de bestuurder mij al gepasseerd was. Tevens beschikte ik ook niet over de juiste stopmiddelen, zoals een voertuig met transparant, om de bestuurder te volgen en alsnog te staandehouding over te gaan. Op eerder genoemde datum, tijdstip en locatie zag ik de betrokkene met auto de opgaande overwegbomen onder doorgaan en daarmee de rood knipperende overweglichten negeren. (…)
Opmerkingen ambtenaar: De bomen waren net halverwege toen betrokkene al onder de overwegbomen door ging met de auto.”
5. Daarnaast bevindt zich in het dossier een aanvullend proces-verbaal van de ambtenaar van 15 december 2023. Hierin verklaart de ambtenaar onder meer het volgende:
“Op genoemde dag, datum en tijdstip bevond ik, verbalisant, mij op de parkeerplaats van station Emmen gelegen aan de Boslaan opgesteld in mijn dienstvoertuig zoals aangegeven in bijlage 1, met zicht op de hierboven genoemde overweg. Ik zag het voertuig met kenteken [kenteken] zijnde een Toyota Yaris Hybrid rood van kleur de rood knipperende overweglichten negeren. Dit zag ik doordat het voertuig mij tegemoet kwam rijden over de overweg nadat de trein reeds gepasseerd was. Ik zag dat de overwegbomen halverwege geopend waren. Tevens zag ik dat de rode overweglichten nog knipperden. Hierdoor zag ik dat het genoemde voertuig de rode overweglichten negeerde.”
6. Verder bevat het dossier de door de ambtenaar hierboven genoemde bijlage. Het betreft een afbeelding van Google Earth met daarop in rood aangegeven de positie waar de ambtenaar zich ten tijde van de waarneming bevond.
7. Naar aanleiding van de door de ambtenaar ingebrachte afbeelding van Google heeft het hof zich op de situatie ter plaatse mede georiënteerd door het raadplegen van Google Street View. Daaruit volgt dat vanaf de door de ambtenaar aangegeven locatie op de parkeerplaats van het station te Emmen er rechtstreeks zicht is op de spoorwegovergang op de Boslaan. De parkeerplaats is op de aangegeven locatie omsloten door een laag stenen muurtje. Verder blijkt dat de spoorwegovergang is beveiligd met halve overwegbomen. Aan beide kanten van de rijbaan bevindt zich een paal met (rode) lichten. Aan de rechterkant van de rijbaan zijn twee rode lichten zichtbaar en aan de linkerkant één rood licht. Aan de paal waarop twee lichten zijn bevestigd bevinden zich aan de achterzijde nog twee rode lichten. Deze lichten zijn vanuit de tegenovergestelde richting zichtbaar. Voor de tegenovergestelde richting is de situatie hetzelfde.
8. Anders dan de gemachtigde kennelijk meent, is voor het opleggen van een sanctie voor het doorrijden bij een werkend rood knipperlicht niet vereist dat een ambtenaar rechtstreeks zicht heeft op het rode knipperlicht dat voor de betrokkene geldt. Wel moet wat de ambtenaar over zijn waarneming verklaart, de conclusie kunnen rechtvaardigen dat het rode knipperlicht is genegeerd.
9. Het hof ziet in dat wat de gemachtigde heeft aangevoerd geen aanleiding te twijfelen aan die waarneming van de ambtenaar. Daartoe acht het hof van belang dat de ambtenaar vanuit zijn positie de twee rode lichten aan de achterzijde van het voor de bestuurder geldende rode knipperlicht heeft kunnen waarnemen. Daar komt bij dat de ambtenaar heeft verklaard dat de overwegbomen tot halverwege geopend waren omdat de trein juist was gepasseerd. Op basis hiervan kan het niet anders dan dat het voor de bestuurder geldende licht rood knipperde op het moment dat hij dit passeerde. Naar het oordeel van het hof kan worden vastgesteld dat de gedraging is verricht.
10. Uit artikel 5 van Pro de Wahv volgt het uitgangspunt dat wanneer een gedraging wordt geconstateerd, de ambtenaar de bestuurder staande houdt en zijn identiteit vaststelt, zodat hem een sanctie kan worden opgelegd. Slechts wanneer er geen reële mogelijkheid is geweest om de identiteit van de bestuurder aanstonds vast te stellen, mag de sanctie aan de kentekenhouder worden opgelegd.
11. Uit de verklaringen van de ambtenaar volgt dat hij niet de beschikking had over de juiste stopmiddelen om tot een staandehouding over te gaan. Naar het oordeel van het hof blijkt hieruit al voldoende dat zich geen reële mogelijkheid heeft voorgedaan om de identiteit van de bestuurder van het betrokken voertuig aanstonds vast te stellen. Daar komt bij dat de ambtenaar zich op de met een lage stenen muur omsloten parkeerplaats bevond op het moment dat de bestuurder hem op de doorgaande rijbaan passeerde. Het hof acht het aannemelijk dat het voor de ambtenaar, gelet op deze verkeerssituatie, om die reden niet mogelijk was een stopteken te geven. De sanctie is terecht met toepassing van artikel 5 van Pro de Wahv aan de kentekenhouder opgelegd.
12. Gelet op het voorgaande zal het hof de beslissing van de kantonrechter bevestigen. Aanleiding voor het toekennen van een proceskostenvergoeding is er daarom niet.

De beslissing

Het gerechtshof:
bevestigt de beslissing van de kantonrechter;
wijst het verzoek om vergoeding van proceskosten af.
Dit arrest is gewezen door mr. Wijma, in tegenwoordigheid van Swart als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.