De verdachte werd door de rechtbank veroordeeld voor roekeloos rijgedrag dat leidde tot een ongeval waarbij drie personen lichamelijk letsel opliepen. De rechtbank legde een gevangenisstraf van 6 maanden op, waarvan 3 maanden voorwaardelijk, en een rijontzegging van 2 jaar.
In hoger beroep bevestigt het hof de bewezenverklaring en kwalificatie, maar vernietigt het deel van het vonnis dat betrekking heeft op de strafoplegging. Het hof legt een hogere straf op: 6 maanden onvoorwaardelijke gevangenisstraf en een rijontzegging van 4 jaar. Deze beslissing is mede ingegeven door het feit dat de verdachte na het ongeval opnieuw een ernstige snelheidsovertreding beging.
Tijdens de zitting verklaarden twee slachtoffers blijvende hinder te ondervinden, wat hun dagelijks functioneren en werkvermogen aantast. Het hof benadrukt de ernst van het feit, de gevaarzetting van anderen en de maatschappelijke noodzaak om dergelijk gedrag te bestraffen. Ook de gevolgen voor de verdachte zelf, waaronder hersenletsel en financiële lasten, zijn meegewogen. De procedure duurde in hoger beroep ruim twee jaar, met een beperkte termijnoverschrijding die gecompenseerd wordt door de voortvarende behandeling in eerste aanleg.
Het hof acht een onvoorwaardelijke gevangenisstraf passend gezien de ernst, de recidive en de houding van de verdachte. De langere rijontzegging moet duidelijk maken dat dergelijk risicovol verkeersgedrag onacceptabel is.