Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoeker in hoger beroep,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De zaak betreft een geschil tussen de ouders over de zorgregeling voor hun minderjarige kind, geboren in 2017, met een recente ADHD-diagnose. De vader verzoekt om een wijziging van de bestaande zorgregeling, waarbij het verblijf van het kind bij hem wordt verlengd van dinsdag tot woensdag 18:30 uur naar donderdag naar school.
De rechtbank Gelderland had eerder een zorgregeling vastgesteld die onder meer voorziet in een evenwichtige verdeling van zorg- en opvoedingstaken. De moeder had de omgang stopgezet, waarna de rechtbank een voorlopige regeling met begeleid contact bepaalde en het kind onder toezicht stelde van een gecertificeerde instelling.
Tijdens de mondelinge behandeling in hoger beroep verklaarden de ouders dat de huidige regeling goed verloopt, ondanks onderliggend wantrouwen. Het kind volgt een traject vanwege ADHD en staat op het punt naar speciaal onderwijs te gaan. Het hof oordeelt dat wijziging van de zorgregeling niet in het belang van het kind is, gelet op de noodzaak van stabiliteit en rust, en bekrachtigt de beschikking van de rechtbank.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de bestaande zorgregeling en wijst het verzoek van de vader tot verlenging van het verblijf af.