De ouders van de minderjarige hebben gezamenlijk het gezag over het kind. In eerste aanleg bepaalde de rechtbank een zorgregeling waarbij de vader zorg- en opvoedingstaken uitoefent volgens een schema met verblijven op woensdag tot donderdag en in de weekenden, inclusief vakanties. De moeder ging in hoger beroep tegen deze regeling en verzocht om aanpassing van de zorgregeling.
Tijdens de mondelinge behandeling bereikten de ouders overeenstemming over een aangepaste zorgregeling. Tot 5 augustus 2025 verblijft de minderjarige wekelijks van woensdag 18:00 uur tot donderdag 18:00 uur bij de vader, die verantwoordelijk is voor het halen en brengen. Vanaf 5 augustus 2025 geldt een regeling waarbij het kind in de even weken van vrijdag tot zondag bij de vader verblijft. De vakantieregeling blijft ongewijzigd.
De Raad voor de Kinderbescherming adviseerde ouderschapsbemiddeling om de communicatie te verbeteren en duurzame afspraken te bevorderen. Het hof onderschrijft dit advies en vernietigt de bestreden beschikking voor zover deze de zorgregeling betreft, en legt de nieuwe regeling vast in het dictum.