Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM - LEEUWARDEN
[woonplaats] (België)(hierna: belanghebbende)
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Belanghebbende was in 2018 tot 17 juni woonachtig en werkzaam in Nederland en daarna in de Verenigde Staten. De Inspecteur legde een aanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen (IB/PVV) op over het belastbaar inkomen uit werk en woning van €26.118 voor de periode dat belanghebbende in Nederland woonde.
Belanghebbende betwistte het heffingsrecht van Nederland over dit inkomen en stelde dat hij recht had op persoonsgebonden aftrek voor specifieke zorgkosten. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarna belanghebbende hoger beroep instelde.
Het hof oordeelt dat Nederland heffingsbevoegd was over het inkomen uit de Nederlandse dienstbetrekking in de periode van binnenlandse belastingplicht. De zorgkosten die belanghebbende opvoerde, dateren grotendeels van na emigratie en de kleine bedragen van voor emigratie zijn lager dan de drempel voor aftrek. Belanghebbende voldoet ook niet aan de voorwaarden om als kwalificerende buitenlandse belastingplichtige aftrek te krijgen.
Daarom wordt het hoger beroep ongegrond verklaard en blijft de aanslag ongewijzigd. Proceskosten worden niet aan een partij opgelegd.
Uitkomst: Het gerechtshof bevestigt de aanslag inkomstenbelasting 2018 en wijst het beroep op persoonsgebonden aftrek af.