Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoeker in hoger beroep,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De minderjarige, geboren in 2007, is sinds 6 november 2007 onder toezicht gesteld en verblijft sinds 6 november 2022 met een machtiging tot uithuisplaatsing bij een jeugdhulpaanbieder. De kinderrechter verlengde deze machtiging tot 3 juni 2025, de dag waarop de minderjarige meerderjarig wordt. De vader, gezamenlijk gezagsdrager, is het niet eens met deze verlenging en ging in hoger beroep met het verzoek tot onmiddellijke terugkeer van de minderjarige naar zijn zorg, onder voorwaarden van passende begeleiding.
Tijdens de procedure gaf de minderjarige aan graag bij haar vader te willen wonen, maar met een coach ter ondersteuning vanwege spanningen. De vader erkent de noodzaak van begeleiding en wil samenwerken met de jeugdbeschermer, terwijl de gecertificeerde instelling (GI) vreest dat de minderjarige onvoldoende meewerkt aan hulpverlening en dat voortzetting van de machtiging noodzakelijk is voor haar welzijn.
Het hof oordeelt dat de verlenging van de machtiging proportioneel is en noodzakelijk in het belang van de minderjarige. De benodigde hulp en begeleiding moeten met spoed worden ingezet om een gefaseerde terugkeer naar de vader mogelijk te maken. Het verzoek van de vader tot vernietiging van de machtiging en correctie van onjuiste informatie in rapportages wordt afgewezen. De beschikking van de kinderrechter wordt bekrachtigd.
Uitkomst: De verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing tot de meerderjarigheid wordt bekrachtigd met de verplichting tot spoedige inzet van begeleiding.