Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoekster in hoger beroep,
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De ouders zijn gescheiden en hadden gezamenlijk gezag over hun vier minderjarige kinderen, die sinds 2022 bij de vader wonen. De moeder heeft sinds die tijd geen contact met de kinderen gehad. De kinderen zijn onder toezicht gesteld van een gecertificeerde instelling (GI) vanwege een ontwikkelingsbedreiging.
De rechtbank had bij beschikking het gezamenlijk gezag beëindigd en het gezag eenhoofdig aan de vader toegekend. De moeder ging hiertegen in hoger beroep en stelde dat zij haar verantwoordelijkheid wilde nemen en dat het gezamenlijk gezag in het belang van de kinderen moest blijven. De vader voerde aan dat de moeder niet in staat is tot communicatie en contactherstel en dat het belang van de kinderen vraagt om eenhoofdig gezag.
Het hof heeft de kinderen gehoord en de stukken bestudeerd. De moeder bracht een verklaring van een verpleegkundig specialist GGZ laat in het geding, die buiten beschouwing werd gelaten. De GI onderschreef het standpunt van de rechtbank dat de ouders niet in staat zijn samen het gezag uit te oefenen en dat het belang van de kinderen vraagt om eenhoofdig gezag bij de vader.
Het hof concludeert dat de situatie sinds de beschikking van de rechtbank niet is verbeterd, dat er geen contact is tussen moeder en kinderen en dat de moeder onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat zij het patroon van afzeggen heeft doorbroken. Het hof bekrachtigt daarom de beschikking van de rechtbank en wijst het hoger beroep van de moeder af. De vader blijft verplicht de moeder te informeren over de kinderen en staat open voor herstel van contact onder begeleiding van de GI.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de beschikking van de rechtbank en wijst het hoger beroep van de moeder af; het gezag wordt eenhoofdig aan de vader toegewezen.