Uitspraak
1.Het verloop van de procedure in hoger beroep
- het beroepschrift
- de brief van de griffier van het hof van 5 maart 2025 met verzoek om informatie
- het bericht van 14 maart 2025 namens [appellant]
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Appellant vordert een regresrecht op geïntimeerde voor de helft van een contractuele boete en advocaatkosten die hij volledig heeft voldaan na een procedure over een terugkooprecht van een boot tijdens hun huwelijk. Hij heeft een bodemprocedure aanhangig gemaakt en verzocht om conservatoir derdenbeslag op een vordering bij de Rabobank ter verzekering van zijn regresvordering.
De voorzieningenrechter wees het beslagverlof af en appellant ging in hoger beroep. Het hof overweegt dat op grond van artikel 700 lid 2 Rv Pro slechts summier onderzoek plaatsvindt en dat de deugdelijkheid van de vordering moet blijken. Het hof constateert dat appellant onvoldoende heeft onderbouwd dat de regresvordering bestaat, mede gelet op het echtscheidingsconvenant waarin de schulden en kosten zijn geregeld.
Het hof ziet geen aanleiding tot het verlenen van beslagverlof en bekrachtigt de beschikking van de voorzieningenrechter. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de afwijzing van het verzoek tot conservatoir derdenbeslagverlof wegens onvoldoende onderbouwing van de regresvordering.