De beoordeling
1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 155,- voor: “17 km per uur harder rijden dan mag op een (auto)weg buiten de bebouwde kom”. Deze gedraging zou zijn verricht op 27 juli 2022 om 22.26 uur op de N381 links Donkerbroek - > Drachten in Ureterp met het voertuig met het kenteken [kenteken] .
2. De kantonrechter heeft het bedrag van de sanctie gematigd tot € 116,25 omdat de officier van justitie de hoorplicht heeft geschonden.
De aangevoerde gronden ten aanzien van de gedraging
3. De betrokkene ontkent de gedraging. Kort samengevat voert de betrokkene aan dat hij heel zeker weet dat hij daar niet te hard heeft gereden en ook zijn medepassagiers menen dat hij de gedraging niet heeft verricht. De betrouwbaarheid van de meting en meetapparatuur worden door de betrokkene aangevochten. Verder voert de betrokkene verschillende bezwaren aan tegen de overwegingen in de beslissing van de kantonrechter.
De gegevens in het dossier
4. De gegevens waarop de ambtenaar zich bij de oplegging van de sanctie heeft gebaseerd, zijn opgenomen in het zaakoverzicht. Dit zaakoverzicht bevat de informatie die in de inleidende beschikking is vermeld en daarnaast onder meer de volgende gegevens:
“De werkelijke snelheid stelde ik vast m.b.v. een voor de meting geteste, goedgekeurde en op voorgeschreven wijze gebruikte trajectsnelheidsmeter op basis van factoren tijd en afstand.
Gemeten gemiddelde (afgelezen) snelheid: 121 km per uur.
Werkelijke gemiddelde (gecorrigeerde) snelheid: 117 km per uur.
Toegestane snelheid: 100 km per uur.
Overschrijding met: 17 km per uur. (…)
Het snelheidscontroletraject bevond zich in gemeente Opsterland. Trajectlengte: 4794 meter. Trajectnummer: 51030006. De geconstateerde snelheid was het resultaat van een berekening die plaatsvond op basis van de tijdsduur en de afgelegde wegafstand van het controletraject. (…)
Ter hoogte van hectometerpaal/pandnummer: 27,4L.”
5. In het dossier bevinden zich twee foto’s van de gedraging. Op beide foto’s is het voertuig van de betrokkene te zien. In de gegevensbalk onder de eerste foto is onder meer vermeld ‘datum: 27-07-2022 22:24:05.678 CEST’ en ‘meetpunt: N381 Links hmp 32,2 rijstrook 1’. In de gegevensbalk onder de tweede foto is onder meer vermeld ‘datum: 27-07-2022 22:26:28.018 CEST’ en ‘meetpunt: N381 Links hmp 27,4 rijstrook 2’.
6. Verder bevindt zich in het dossier een NMi-verklaring waaruit volgt dat verschillende meettrajecten op de N381 zijn gekeurd, waaronder het traject met nummer 51030006, waar deze gedraging is gemeten. Het onderzoek werd verricht op 26 oktober 2021 en de verklaring vervalt op 8 november 2022 of bij herstelling of verandering indien dit op het meetresultaat van invloed kan zijn.
7. In het dossier bevindt zich verder een afbeelding afkomstig van Google Street View die is opgenomen in het beroepschrift van de betrokkene. Dit betreft een afbeelding van de N381 ter hoogte van Wijnjewoude. Op het wegdek zijn vlak voor de camera installaties remsporen te zien. Een deel van de vangrail in de middenberm is onderbroken en er zijn oranje-witte verkeerskegels geplaatst. De opnamedatum is mei 2022. De advocaat-generaal heeft eveneens een afbeelding van Google Street View overgelegd van dezelfde plek, maar dan met opnamedatum juni 2022. Op die afbeelding is te zien dat de vangrail in de middenberm is hersteld.
De beoordeling van de gronden
8. Een daartoe aangewezen ambtenaar kan op grond van artikel 3, tweede lid, van de Wahv een administratieve sanctie opleggen voor een gedraging die door deze ambtenaar zelf of op geautomatiseerde wijze is vastgesteld. Dat de gedraging is verricht, moet voldoende blijken uit de beschikbare gegevens. Of van de juistheid van deze gegevens kan worden uitgegaan, is ervan afhankelijk of de betrokkene argumenten heeft aangevoerd die leiden tot twijfel aan de juistheid van (delen van) die gegevens dan wel het dossier daar aanleiding toe geeft.
9. Het hof is van oordeel dat op basis van de gegevens in het dossier kan worden vastgesteld dat de gedraging is verricht. Wat de betrokkene heeft aangevoerd geeft geen aanleiding om te twijfelen aan de betrouwbaarheid van de snelheidsmeting en geeft ook geen aanleiding om aan te nemen dat het meetresultaat bij een ander voertuig dan dat van de betrokkene hoort. Het hof overweegt daartoe als volgt.
10. Het hof volgt de betrokkene niet in zijn stelling dat de NMi-verklaring niet geldig is op het moment van de gedraging. De betrokkene is van mening dat de verklaring niet meer geldig is sinds 19 november 2021, omdat op dat moment de digitale verzegeling van het document verbroken is. Door de advocaat-generaal is in het verweerschrift uitgelegd dat dit te maken heeft met de toevoeging van ‘N381’ door de buitengewoon opsporingsambtenaar van het CJIB, voordat de NMi-verklaring op de website van het CJIB is geplaatst. Een medewerker van het NMi heeft uitgelegd dat de verklaring zonder digitale verzegeling aan het CJIB is gestuurd, omdat anders geen noodzakelijke zaken konden worden toegevoegd voordat de verklaring op de website kon worden geplaatst. Door de advocaat-generaal is de officiële verklaring inclusief digitale handtekening die is ontvangen van de medewerker van het NMi bij het verweerschrift gevoegd.
11. Het hof volgt de betrokkene ook niet in zijn betoog dat de verklaring is komen te vervallen omdat uit de afbeeldingen van Google Street View blijkt dat een incident heeft plaatsgevonden waarbij de flitspaal is beschadigd, nu verse remsporen recht op de paal afstevenen, terwijl kennelijk geen herijking heeft plaatsgevonden. Nog los van de omstandigheid dat op basis van de afbeelding van de kapotte vangrail en de remsporen op het wegdek niet is gebleken dat daadwerkelijk de flitspaal is geraakt, betreft het een flitspaal bij hectometerpaal 36,7. De trajectmeting heeft in dit geval plaatsgevonden tussen hectometerpaal 32,2 en 27,4. Het hof ziet dan ook geen aanleiding om aan te nemen dat een eventueel incident bij een andere flitspaal invloed heeft gehad op de betrouwbaarheid van de meting op het onderhavige traject.
12. De betrokkene heeft verder gesteld dat de onderzoeksmeetgegevens van de ijking volgens wet- en regelgeving beschikbaar moeten zijn, maar hij heeft niet toegelicht op welke regelgeving hij doelt. Naar het oordeel van het hof kan op basis van de NMi-verklaring dan ook worden vastgesteld dat de meting is verricht met een goedgekeurde trajectsnelheidsmeter.
13. Op de foto’s van gedraging staat het voertuig van de betrokkene. Er zijn geen andere voertuigen te zien, ook niet de Jaguar die het voertuig van de betrokkene heeft ingehaald, zoals door de betrokkene was aangegeven. Het hof acht niet aannemelijk dat het meetresultaat betrekking heeft op een ander voertuig dan dat van de betrokkene.
14. Bij een trajectsnelheidsmeting wordt de gemiddelde snelheid berekend aan de hand van afstand en tijd. Uit het dossier blijkt dat de trajectlengte 4794 meter is. Onder de foto’s van de gedraging staat een nauwkeurig tijdstip vermeld. Aan de hand daarvan kan de gemiddelde snelheid worden berekend. Op basis van deze gegevens ziet het hof geen aanleiding om aan te nemen dat de in het zaakoverzicht vermelde snelheid onjuist is. Nu het traject eindigt bij hectometerpaal 27,4, is dat de plek waar het resultaat van de meting bekend wordt en derhalve de plek waar is vastgesteld dat over het voorgaande traject te hard is gereden, ondanks dat over een langere afstand de meting is verricht.
Over de beslissing van de kantonrechter
15. De betrokkene heeft verschillende bezwaren tegen de beslissing van de kantonrechter aangevoerd. Ten behoeve van de betrokkene merkt het hof nog het volgende op. Het verkorte CJIB-nummer dat in de uitspraak van de kantonrechter staat, en ook in dit arrest, betreft de laatste negen cijfers van het nummer dat op de inleidende beschikking is vermeld.
16. De betrokkene stelt op 5 juni 2024 nog correspondentie aan het bureau Mulder van de rechtbank te hebben gezonden. In hoger beroep heeft de betrokkene de e-mail aan de rechtbank met daarbij de bijlage meegestuurd. Het hof stelt vast dat het een e-mail betreft die op 5 juni 2024 om 23.49 uur is verstuurd aan mulder.nnl@rechtsspraak.nl. Nu deze e-mail op korte termijn voor de zitting op 6 juni 2024 naar een onjuist e-mailadres is gestuurd (mulder.nnl@rechts
spraak.nl in plaats van mulder.nnl@rechtspraak.nl), kan niet worden vastgesteld dat deze de kantonrechter voorafgaand aan de zitting heeft bereikt. In de vermelding in het proces-verbaal van de zitting van de kantonrechter dat de betrokkene niet ter zitting is verschenen, ligt overigens ook geen verwijt besloten richting de betrokkene dat hij niet op de zitting is verschenen. Het betreft een feitelijke vermelding van de aanwezige partijen op de zitting.
17. De betrokkene voert verder aan dat sprake is van onbehoorlijke werkwijze van een overheidsinstantie omdat de beslissing van de officier van justitie na zes dagen was verwerkt, terwijl na een voor het CJIB minder positieve beslissing van de kantonrechter minimaal zes weken nodig is voor restitutie. In dit geval heeft het zelfs 14 weken geduurd. De werkwijze van het CJIB, de officier van justitie en de ambtenaar heeft niet in positieve zin bijgedragen aan het vertrouwen in overheidshandelen. Het hof overweegt dat een klacht over de verwerking van de beslissing in de beroepsprocedure door het CJIB buiten de reikwijdte van deze procedure valt.
18. De kantonrechter heeft juist beslist. Het hof zal de beslissing van de kantonrechter daarom bevestigen.