Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
,
1.Onderwerp
2.Belangrijke informatie
3.De beslissing van de kinderrechter
.
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze zaak staat de verlenging van de uithuisplaatsing van een minderjarige centraal. De moeder, die het gezag heeft, is het niet eens met de beslissing van de kinderrechter om de uithuisplaatsing te verlengen tot 1 mei 2025. De minderjarige woont sinds april 2023 bij pleegouders. De moeder wenst dat haar kind op korte termijn weer bij haar kan wonen.
Het hof heeft het dossier bestudeerd, waaronder het NIKA-trajectverslag, en concludeert dat hoewel de moeder vooruitgang heeft geboekt in het contact met haar kind, er nog steeds sprake is van een verhoogde alertheid bij de minderjarige en een grote behoefte aan veiligheid en duidelijkheid. De moeder heeft onvoldoende inzicht gegeven in haar persoonlijke hulpverlening en vertoont een gebrek aan zelfinzicht, vooral ten aanzien van de impact van haar psychoses op het kind.
Het hof oordeelt dat de uithuisplaatsing noodzakelijk blijft voor de verzorging en opvoeding van de minderjarige. Een terugplaatsing is op dit moment niet verantwoord, mede vanwege de beperkte omgangsduur en frequentie. Het hof bekrachtigt daarom de beslissing van de kinderrechter en benadrukt dat de gecertificeerde instelling moet blijven werken aan een mogelijke thuisplaatsing zolang de ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing van kracht zijn.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de verlenging van de uithuisplaatsing van de minderjarige tot 1 mei 2025 wegens noodzakelijkheid voor verzorging en opvoeding.