Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft op 27 maart 2025 uitspraak gedaan in hoger beroep over de wijziging van partneralimentatie tussen partijen die sinds 9 april 2020 zijn gescheiden. Het hof bevestigt dat het convenant inzake partneralimentatie is aangegaan met grove miskenning van wettelijke maatstaven, waardoor een herberekening van de alimentatie gerechtvaardigd is. Daarbij worden drie perioden onderscheiden waarin de behoefte van de vrouw en de draagkracht van de man verschillen.
De vrouw is door haar gezondheidssituatie behoeftig en kan niet in haar eigen levensonderhoud voorzien. De man is directeur en aandeelhouder van verschillende BV's, met een inkomen dat het hof op € 90.333 bruto per jaar stelt, rekening houdend met financiële omstandigheden en schulden. De draagkracht van de man wordt berekend voor drie perioden, waarbij onder meer rekening wordt gehouden met pensioen, AOW, hypothecaire lasten en rente over een rekeningcourantschuld.
Het hof stelt de partneralimentatie vast op verschillende bedragen per periode, met een verhoging vanaf 1 mei 2025 na terugbetaling van € 54.000 aan te veel ontvangen alimentatie door de vrouw. De vrouw wordt veroordeeld tot terugbetaling van de helft van het te veel ontvangen bedrag. De proceskosten worden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt. De beschikking van de rechtbank wordt vernietigd en vervangen door deze nieuwe regeling.