ECLI:NL:GHARL:2025:1623

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
20 maart 2025
Publicatiedatum
20 maart 2025
Zaaknummer
Wahv 200.346.645/01
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • De Witt
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 5 Wegenverkeerswet 1994KentekenreglementArtikel 5.2.1 Regeling voertuigenArtikel 3 Regeling Kentekens en KentekenplatenArtikel 12 lid 10 Regeling eisen goedkeuring kentekenplaten 2000
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging ongegrondverklaring beroep wegens niet-conforme kentekenplaat op voertuig

De betrokkene werd gesanctioneerd met een boete van €150 wegens het voeren van een kentekenplaat die niet voldeed aan de gestelde eisen. Het voertuig was voor het eerst toegelaten in 1979, waardoor het kenteken in zwarte, onuitwisbare tekens op een retroreflecterende achtergrond moest zijn aangebracht en voorzien van een lamineercode. De betrokkene reed echter met kentekenplaten met witte tekens op een donkerblauwe achtergrond, wat alleen is toegestaan voor voertuigen die voor 1 januari 1978 in gebruik zijn genomen.

De betrokkene stelde dat de gedraging niet kon worden vastgesteld omdat hij met blauwe kentekenplaten reed die passend zouden zijn voor zijn voertuig. Het hof stelde echter vast dat het voertuig in 1979 voor het eerst in gebruik was genomen en dat de blauwe kentekenplaten niet aan de eisen voldeden. De ambtenaar had de juiste feitcode toegepast en het beroep van de betrokkene was terecht ongegrond verklaard.

Het hof wees tevens het verzoek om proceskostenvergoeding af, omdat de betrokkene niet in het gelijk werd gesteld. De beslissing van de kantonrechter werd daarmee bevestigd.

Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de boete van €150 blijft gehandhaafd.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.346.645/01
CJIB-nummer
: 255262957
Uitspraak d.d.
: 20 maart 2025
Arrestop het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Amsterdam van 19 september 2024, betreffende

[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [woonplaats] .
De gemachtigde van de betrokkene is mr. I.N.D.J. Rissema, kantoorhoudende te Dordrecht.

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard. Het verzoek om een proceskostenvergoeding is afgewezen.

Het verloop van de procedure

De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De gemachtigde van de betrokkene heeft het beroep schriftelijk nader toegelicht.
De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen daarop te reageren. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

De beoordeling

1. Aan de betrokkene is bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 150,- voor: “K405 - de kentekenplaat voldoet niet aan de gestelde eisen”. Deze gedraging zou zijn verricht op
20 januari 2023 om 16:20 uur in de Michiel de Ruijtertunnel in Amsterdam met het voertuig met het kenteken [kenteken1] . Het hof beschouwt het vermelde kenteken ' [kenteken1] ' in plaats van ' [kenteken2] ' als een kennelijke verschrijving die verbeterd zal worden gelezen.
2. De gemachtigde van de betrokkene stelt zich op het standpunt dat de gedraging niet kan worden vastgesteld. Daartoe voert de gemachtigde aan dat de ambtenaar de betrokkene verwijt dat de kentekenplaat niet aan de gestelde eisen voldoet, terwijl zijn verklaring ziet op het rijden met een voertuig dat niet is voorzien van de juiste kentekenplaten. In reactie op het verweerschrift van de vertegenwoordiger van de advocaat-generaal voert de gemachtigde aan dat de betrokkene tijde van de vermeende gedraging reed met blauwe kentekenplaten. Deze kentekenplaten zijn passend bij voertuigen zoals die van de betrokkene, mits deze voldoen aan de gestelde eisen, waaronder de eis dat het voertuig voor 1 januari 1978 voor het eerst is toegelaten. Het voertuig van de betrokkene is op 21 september 1979 voor het eerst toegelaten, zodat de betrokkene niet met blauwe kentekenplaten mocht rijden. In artikel 5.2.1 onderdeel 2 van de Regeling voertuigen is bepaald dat het voertuig van de juiste kentekenplaten moet zijn voorzien. Hieraan heeft de betrokkene niet voldaan, zodat niet kan worden toegekomen aan de eisen van de kentekenplaat, waarop de onderhavige feitcode ziet.
3. De bij feitcode K405 behorende gedraging is een overtreding van artikel 5, eerste lid juncto derde lid, van het op de Wegenverkeerswet 1994 gebaseerde Kentekenreglement, zoals dat ten tijde van de gedraging luidde:
“1. Het kenteken wordt aangebracht op een plaat die behoort tot een door de Dienst Wegverkeer goedgekeurde soort.
2. (…).
3. De in het eerste lid bedoelde plaat en de onderdelen daarvan zijn in bij ministeriële regeling vast te stellen gevallen voorzien van bij die regeling vast te stellen merken.”
4. Nadere eisen ten aanzien van de kentekenplaat zijn gesteld in de Regeling Kentekens en Kentekenplaten (hierna: de Rkk). Artikel 3 van Pro de Rkk luidt, voor zover hier van belang:
“Kentekens moeten zijn aangebracht op kentekenplaten in zwarte, onuitwisbare tekens op retroreflecterende achtergrond volgens de modellen 27.1A tot en met 27.2H, 27.10A tot en met 27.26E, 30.1A tot en met 30.2D en 30.5 tot en met 30.16 van de bijlage.(…)
De in dit lid genoemde kleuren moeten voldoen aan de Regeling eisen goedkeuring kentekenplaten 2000.
2. In afwijking van het bepaalde in het eerste lid:
a. mogen kentekens zijn aangebracht op kentekenplaten in witte, onuitwisbare tekens op donkerblauwe achtergrond:
1°.volgens de modellen 1.1 tot en met 10.1 van de bijlage voor voertuigen die voor 1 januari 1977 in gebruik zijn genomen (…);
2°.volgens de modellen 11.1 tot en met 17.3 van de bijlage voor voertuigen die voor 1 januari 1978 in gebruik zijn genomen (…);
3°.volgens model 18.1 van de bijlage voor voertuigen die voor 1 januari 1977 in gebruik zijn genomen; (…).”
5. Artikel 12 lid 10 van Pro de Regeling eisen goedkeuring kentekenplaten 2000 luidt voor zover hier van belang:
“Kentekenplaten volgens 18.2A tot en met 18.2E, met uitzondering van platen met een donkerblauwe achtergrond, en volgens de modellen 27.1A tot en met 27.2H, 27.10A tot en met 27.14, 27.30A tot en met 27.31E en 30.1A tot en met 30.6 dienen aan de voorzijde te zijn voorzien van een lamineercode.”
6. De gegevens waarop de ambtenaar zich bij de oplegging van de sanctie heeft gebaseerd, zijn opgenomen in het zaakoverzicht. Dit zaakoverzicht bevat de informatie die in de inleidende beschikking is vermeld en daarnaast onder meer de volgende gegevens:
“Gedragingsgegevens: Ik, verbalisant, zag dat de betrokkene reed met blauwe ‘oldtimer kentekenplaten’. Ik zag dat het voertuig een eerste toelating in Nederland heeft van het jaar 2013. Tevens kan een oldtimer kentekenplaat niet bestaan uit een combinatie van 3 letters of cijfers. Altijd een combinatie van 3x2 cijfers of letters. De betrokkene had de originele kentekenplaten bij zich en zette dit direct op zijn voertuig. (…).”
7. Verder bevat het dossier een aanvullend proces-verbaal van 6 september 2023 waarin de ambtenaar, voor zover hier relevant, verklaart:
“Volgens artikel 3 lid Pro 2a onder 2 is het voeren van een kentekenplaat in witte, onuitwisbare tekens op donkerblauwe achtergrond slechts toegestaan op voertuigen die in gebruik zijn genomen voor
1 januari 1978. Volgens de gegevens van het RDW is het voertuig van de betrokkene, voorzien van het kenteken [kenteken1] voor het eerst in gebruik genomen op 5 maart 2013.
Ik, verbalisant zag tijdens de staandehouding op 20 januari 2023 om 16.20 uur dat de gebruikte kentekenplaat niet was voorzien van een lamineercode of andere echtheidskenmerken. Tijdens de staandehouding legde ik uit aan de betrokkene dat het zelf (laten) maken van een kentekenplaat niet is toegestaan en dat hij het via de RDW moet regelen als hij blauwe kentekenplaten wil voeren. Ik zag dat de betrokkene zijn kofferbak opende. Ik zag dat de betrokkene twee gele kentekenplaten met het kenteken [kenteken1] uit de kofferbak haalde. Ik zag dat deze gele kentekenplaten wel waren voorzien van een lamineercode. Ik zag dat de betrokkene de blauwe kentekenplaten van zijn auto haalde en de gele kentekenplaten op zijn auto plaatste. (…).”
8. De vertegenwoordiger van de advocaat-generaal heeft bij het verweerschrift een tweetal uitdraaien uit het BCS-portaal overgelegd. Uit de eerste uitdraai blijkt dat het bij het kenteken ' [kenteken1] ' behorend voertuig een Peugeot 208 betreft die in 2013 voor het eerst is toegelaten op de weg. Zoals reeds onder 1. is overwogen, beschouwt het hof het vermelde kenteken ' [kenteken1] ' als een kennelijke verschrijving, zodat het hof deze gegevens, ook voor zover de ambtenaar hieraan in zijn verklaringen refereert, verder buiten beschouwing zal laten. Uit de tweede, voor deze zaak relevante, uitdraai blijkt dat het bij het kenteken ' [kenteken2] ' behorend voertuig een Nissan Datsun 280 ZX betreft waarbij 21 september 1979 als eerste toelatingsdatum is vermeld.
9. Het hof stelt op grond van het voorgaande vast dat, nu het voertuig van de betrokkene voor het eerst in 1979 is toegelaten op de openbare weg, het kenteken van het voertuig van de betrokkene moet zijn aangebracht op een plaat in zwarte, onuitwisbare tekens op een retroreflecterende achtergrond. Ook moet de kentekenplaat zijn voorzien van een lamineercode.
10. Uit de verklaringen van de ambtenaar blijkt dat op het voertuig van de betrokkene kentekenplaten met een blauwe achtergrond waren aangebracht. Hiermee voldeden de kentekenplaten niet aan de gestelde eisen. Het hof stelt dan ook vast dat de gedraging is verricht. Aldus heeft de ambtenaar de juiste feitcode toegepast. De grond treft geen doel.
11. Gelet op het voorgaande heeft de kantonrechter het beroep terecht ongegrond verklaard. Het hof zal die beslissing daarom bevestigen. Nu de betrokkene niet in het gelijk wordt gesteld, zal het verzoek om een proceskostenvergoeding worden afgewezen.

De beslissing

Het gerechtshof:
bevestigt de beslissing van de kantonrechter;
wijst het verzoek om vergoeding van proceskosten af.
Dit arrest is gewezen door mr. De Witt, in tegenwoordigheid van mr. Van der Meulen als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.