Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:GHARL:2025:1591

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
18 maart 2025
Publicatiedatum
19 maart 2025
Zaaknummer
21-004567-24
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 5 Wegenverkeerswet 1994Art. 24 Wetboek van StrafrechtArt. 77a Wetboek van StrafrechtArt. 77g Wetboek van StrafrechtArt. 77l Wetboek van Strafrecht
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging overtreding wegenverkeerswet door maken wheelie op bromfiets

Verdachte werd in eerste aanleg veroordeeld wegens het maken van een wheelie op een bromfiets, wat een overtreding is van artikel 5 van Pro de Wegenverkeerswet 1994. Hij maakte over een afstand van ongeveer tien meter uitsluitend gebruik van het achterwiel, waardoor de stabiliteit en besturing van het voertuig ernstig werden verstoord. Verdachte betwistte dit en toonde een filmpje ter verdediging, maar dit overtuigde het hof niet.

Het hof oordeelde dat de waarneming van de verbalisant betrouwbaar was en dat het bewezenverklaarde wettig en overtuigend was vastgesteld. Verdachte werd vrijgesproken van overige tenlastegelegde feiten die niet bewezen konden worden. De strafoplegging bestond uit een geldboete van €220 en een voorwaardelijke ontzegging van de rijbevoegdheid voor twee maanden met een proeftijd van twee jaar.

Het hof hield rekening met de eerdere overtreding van verdachte en zijn persoonlijke omstandigheden, waaronder zijn baan als automonteur waarvoor hij zijn rijbewijs nodig heeft. De opgelegde straf werd als passend en geboden beschouwd. Het vonnis van de kantonrechter werd vernietigd en het hof deed opnieuw recht.

Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot een geldboete van €220 en een voorwaardelijke ontzegging van de rijbevoegdheid voor twee maanden wegens het maken van een wheelie op een bromfiets.

Uitspraak

Afdeling strafrecht
Parketnummer: 21-004567-24
Uitspraak d.d.: 18 maart 2025
TEGENSPRAAK
Verkort arrestvan de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de kantonrechter in de rechtbank Midden-Nederland (locatie Utrecht) van 22 oktober 2024 met parketnummer 96-085124-24 in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 2005,
wonende te [adres]

Het hoger beroep

De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 4 maart 2025 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van Pro het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd. Het hof heeft verder kennisgenomen van hetgeen door verdachte en zijn raadsman, mr. R. van Rhijn naar voren is gebracht.

Het vonnis waarvan beroep

Verdachte is in eerste aanleg veroordeeld wegens overtreding van artikel 5 van Pro de Wegenverkeerswet 1994 tot een geldboete ter hoogte van € 220,00, subsidiair vier dagen jeugddetentie en een geheel voorwaardelijk ontzegging van de rijbevoegdheid voor de duur van twee maanden met een proeftijd van twee jaren.
Het hof zal het vonnis waarvan beroep om proceseconomische redenen vernietigen en daarom opnieuw rechtdoen.

De tenlastelegging

Aan verdachte is tenlastegelegd dat:
hij, op of omstreeks 10 september 2023 te [plaats] , [gemeente] , op de weg, [straatnaam] , (waar zich ander verkeer in de nabijheid bevond,) als bestuurder van een tweewielige bromfiets, meerdere keren, althans één keer, een zogenoemde wheelie heeft gemaakt, immers heeft hij (telkens) over een afstand van ongeveer 10 meter uitsluitend op het achterwiel gereden, waardoor de stabiliteit van het motorrijtuig (ernstig) werd verstoord en de besturing, alsmede de beremming van het voorwiel, (op de normale wijze) niet meer mogelijk was, door welke gedraging(en) van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt, althans kon worden veroorzaakt, en/of het verkeer op die weg werd gehinderd, althans kon worden gehinderd.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Overweging met betrekking tot het bewijs

Standpunt openbaar ministerie
Volgens de advocaat-generaal kan wettig en overtuigend worden bewezen dat verdachte de hem verweten gedraging, het over een afstand van ongeveer tien meter maken van een wheelie, heeft begaan. Het door verdachte ter terechtzitting van het hof getoonde filmpje verandert daar niets aan. Het vonnis van de kantonrechter kan worden bevestigd.
Standpunt verdediging
De raadsman heeft bepleit dat verdachte wordt vrijgesproken van het hem tenlastegelegde. Hij heeft hiertoe, kort gezegd, aangevoerd dat het wettige bewijs, het proces-verbaal bevindingen van de verbalisant, onvoldoende overtuigend is. Het dossier is heel summier. Gelet op de situatie ter plaatse wordt door de verdediging betwist dat de verbalisanten goed zicht hadden op verdachte. Een wheelie over een afstand van tien meter is, gelet op de bochten en beplanting aldaar, niet realistisch. Verdachte heeft ter terechtzitting van het hof benadrukt dat hij, anders dan opgeschreven door de politie en door de kantonrechter, alleen op de scooter zat. Hij heeft geen wheelie gemaakt. Ter ondersteuning van zijn standpunt heeft hij aan het hof en de advocaat-generaal op zitting een filmpje op zijn telefoon getoond waaruit zou blijken dat de verbalisant niet kan vertellen hoeveel centimeter het voorwiel van de grond is gekomen, en het tenlastegelegde dus ook niet heeft gezien.
Oordeel van het hof
Het hof is van oordeel dat het door verdachte gevoerde verweer strekkende tot vrijspraak van het tenlastegelegde wordt weersproken door de gebezigde bewijsmiddelen, zoals deze later in de eventueel op te maken aanvulling op dit arrest zullen worden opgenomen. Het hof heeft geen reden om aan de juistheid en betrouwbaarheid van de inhoud van die bewijsmiddelen te twijfelen.
Het hof overweegt daarbij in het bijzonder het volgende.
Verdachte heeft verklaard dat het klopt dat hij op 10 september 2023 met zijn scooter over [straatnaam] in [plaats] , [gemeente] , heeft gereden. De
wijze waarophij gereden heeft wordt door [verbalisant] in het op ambtsbelofte opgemaakte proces-verbaal van bevindingen beschreven: "Ik zag dat de bestuurder van bovengenoemd voertuig (hof: bromfiets Piaggo) over een afstand van tenminste 10,00 meter uitsluitend op het achterwiel reed.”
Tegenover de verbalisant verklaart verdachte dat hij ‘niet bewust’ een wheelie heeft gemaakt en bij de kantonrechter verklaart hij dat het voorwiel van zijn scooter van de grond kwam door het gewicht van de passagier achterop.
Het hof ziet evenals de kantonrechter, geen reden om te twijfelen aan de waarnemingen van [verbalisant] . Het aan verdachte verweten gevaarscheppende en verkeershinderende gedrag kan wettig en overtuigend worden bewezen. Het door verdachte ter terechtzitting getoonde filmpje (waarin te horen is dat een verbalisant op indringende wijze gevraagd wordt naar hoe hoog het wiel omhoog kwam en daar geen antwoord op geeft) doet daar niet aan af omdat een discussie over de hoogte van de wheelie juist niet uitsluit dat er een wheelie is gemaakt.

Bewezenverklaring

Door wettige bewijsmiddelen, waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt, acht het hof wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:
hij, op
of omstreeks10 september 2023 te [plaats] , [gemeente] , op de weg, [straatnaam] , (waar zich ander verkeer in de nabijheid bevond,) als bestuurder van een tweewielige bromfiets
, meerdere keren, althans één keer,een zogenoemde wheelie heeft gemaakt, immers heeft hij
(telkens)over een afstand van ongeveer 10 meter uitsluitend op het achterwiel gereden, waardoor de stabiliteit van het motorrijtuig
(ernstig
)werd verstoord en de besturing, alsmede de beremming van het voorwiel,
(op de normale wijze
)niet meer mogelijk was, door welke gedraging
(en)van verdachte gevaar op die weg
werd veroorzaakt, althanskon worden veroorzaakt, en/of het verkeer op die weg
werd gehinderd, althanskon worden gehinderd.
Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard, zodat deze daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

overtreding van artikel 5 van Pro de Wegenverkeerswet 1994.

Strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar aangezien geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die verdachte niet strafbaar zou doen zijn.
Oplegging van straf en/of maatregel
Standpunt openbaar ministerie
De advocaat-generaal heeft gevorderd het vonnis, ook wat betreft de strafoplegging, te bevestigen.
Standpunt verdediging
Verdachte heeft verklaard dat hij met de auto naar zijn werk gaat en zijn rijbewijs nodig heeft voor zijn werk bij de garage. Een ontzegging van de rijbevoegdheid zou hem daarom problemen opleveren.
Oordeel van het hof
De hierna te melden strafoplegging is in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon van verdachte en zijn draagkracht, zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.
Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het maken van een wheelie op de openbare weg. Hierdoor kon gevaar en hinder voor andere weggebruikers ontstaan.
Uit het Uittreksel uit de Justitiële Documentatie van 28 januari 2025 blijkt dat verdachte eerder met politie en justitie in aanraking is geweest voor overtreding van artikel 5 van Pro de Wegenverkeerswet 1994.
Verdachte heeft verklaard dat hij een baan heeft als automonteur. Hij heeft daarmee een vast inkomen. De door de kantonrechter opgelegde geldboete is naar het oordeel van het hof dan ook passend en geboden. Ook het hof zal de ontzegging van de rijbevoegdheid geheel voorwaardelijk opleggen. Het is daarmee aan verdachte of hij daarvan daadwerkelijk last zal hebben. Als hij zich de aankomende twee jaren niet schuldig maakt aan een nieuw strafbaar feit, zal hij zijn rijbewijs niet hoeven te missen.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 24, 77a, 77g, 77l, 77r, 77x, 77y en 77z van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 5, 177 en 179 van de Wegenverkeerswet 1994.
Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

BESLISSING

Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan.
Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.
Veroordeelt de verdachte tot een
geldboetevan
€ 220,00 (tweehonderdtwintig euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door
4 (vier) dagen jeugddetentie.
Ontzegt de verdachte ter zake van het bewezenverklaarde de
bevoegdheid motorrijtuigen te besturenvoor de duur van
2 (twee) maanden.
Bepaalt dat de bijkomende straf van ontzegging niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat verdachte zich voor het einde van een proeftijd van
2 (twee) jarenaan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.
Aldus gewezen door
mr. R.W. van Zuijlen, voorzitter,
mr. M.J. Vos en mr. H. Phaff, raadsheren,
in tegenwoordigheid van mr. B.T.H. Toonen-Janssen, griffier,
en op 18 maart 2025 ter openbare terechtzitting uitgesproken.
Proces-verbaal van het in dezelfde zaak voorgevallene ter openbare terechtzitting van het gerechtshof van 18 maart 2025.
Tegenwoordig:
mr. M.L.H.E. Roessingh-Bakels, voorzitter,
mr. A. Hermelink, advocaat-generaal,
mr. B.T.H. Toonen-Janssen, griffier.
De voorzitter doet de zaak uitroepen.
De verdachte is niet in de zaal van de terechtzitting aanwezig.
De voorzitter spreekt het arrest uit.
Waarvan is opgemaakt dit proces-verbaal, dat door de voorzitter en de griffier is vastgesteld en ondertekend.