Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
1.Het verloop van de procedure in hoger beroep
- de dagvaarding in hoger beroep met grieven van 21 oktober 2024;
- de memorie van antwoord tevens memorie van grieven in incidenteel hoger beroep;
- de memorie van antwoord in het incidenteel hoger beroep en
- een journaalbericht van 24 december 2024 namens de moeder met producties.
- de moeder, bijgestaan door haar advocaat,
- de vader, bijgestaan door zijn advocaat, en
- een vertegenwoordiger van de raad voor de kinderbescherming (verder: de raad).
2.De kern van de zaak
- de hoofdverblijfplaats van [de minderjarige] voorlopig bij hem wordt vastgesteld, in afwachting van het inhoudelijk overleg tussen de ouders met betrekking tot een op te stellen ouderschapsplan;
- de moeder [de minderjarige] naar de vader brengt binnen één week na de datum van de nog te bepalen mondelinge behandeling dan wel binnen één week van het vonnis in kort geding onder verbeurte van een dwangsom van € 200,- voor elke week dat de moeder nalatig blijft om aan deze veroordeling te voldoen, met een maximum van € 9.500,-;
- de moeder gerechtigd is tot omgang en contact met [de minderjarige] van maandag tot maandag (één week aaneengesloten) per veertien dagen, en
- met een kostenveroordeling.
- een weekend per veertien dagen van vrijdag 17.00 uur tot maandag 9.00 uur; en
- in de week dat [de minderjarige] het weekend niet bij de vader is van dinsdag 9.00 uur tot woensdag 9.00 uur.
- primairom het vonnis in kort geding te vernietigen en
- subsidiaireen zorgregeling vast te stellen die voorziet in professionele begeleiding dan wel een zorgregeling als het hof juist oordeelt, zo nodig met oplegging van dwangmiddelen die proportioneel en effectief van aard zijn.
- het verblijf van [de minderjarige] voorlopig bij de vader wordt bepaald met toevertrouwing van [de minderjarige] aan de vader;
- een zorgregeling met de moeder wordt vastgesteld die passend is bij de ontwikkelingsleeftijd van [de minderjarige] , met overdracht op het kinderdagverblijf,
- kosten rechtens.
- primairde vader niet-ontvankelijk zal verklaren in zijn incidentele vordering dan wel deze vordering zal afwijzen; of
- subsidiairde vader niet-ontvankelijk zal verklaren in zijn vordering om [de minderjarige] aan hem toe te vertrouwen; en
- een zorgregeling zal vaststellen die door een professionele instelling wordt begeleid voor ten minste vier keer (om de week) met aansluitend stapsgewijze onbegeleid contact.