Uitspraak
[verzoekster]
€ 680,00 +
€ 200.680,00 (tweehonderdduizend zeshonderdtachtig euro);
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Verzoekster vroeg een vergoeding van €461.007,65 voor rechtsbijstand in een strafzaak die zonder strafoplegging eindigde. Het hof beoordeelde het verzoek op grond van art. 530 Sv Pro en oordeelde dat hoewel vergoeding in principe toekomt, de gevraagde uren en werkzaamheden bovenmatig waren.
De advocaten van NautaDutilh, onder leiding van mr. Rense, hanteerden redelijke uurtarieven, maar de omvang van de gedeclareerde uren was buitensporig gelet op de aard, omvang en complexiteit van de zaak. De declaraties waren algemeen omschreven en boden onvoldoende inzicht in concrete werkzaamheden, wat de billijkheidstoets bemoeilijkte.
Het hof stelde vast dat meerdere advocaten werkzaamheden verrichtten zonder duidelijke begrenzing, waardoor mogelijk dubbele vergoeding werd gevraagd. Ook de brede opzet van de verdediging en inspanningen om vervolging te voorkomen waren niet volledig noodzakelijk voor de strafzaak.
Na vergelijking met de lagere declaratie van de advocaat van een voormalige medeverdachte, die een vergelijkbare rol had, matigde het hof de vergoeding tot €200.000 voor rechtsbijstand plus €680 voor de kosten van indiening en behandeling van het verzoek. Het overige werd afgewezen.
Uitkomst: Het hof kent een vergoeding van €200.680 toe voor rechtsbijstand en matigt daarmee het gevraagde bedrag.